vrijdag 17 september 2010

De rest

12-09-2010 Ayacucho- bushcamp
Na een rustige rustdag in Ayacucho volgen vanaf vandaag 3 hele zware dagen met voornamelijk onverharde wegen en veel klimmen. Vandaag begon dat met een tocht van 80 km (geplanned) naar een bushcamp op 4200 meter. Bijna 1800 hoogtemeters. Vanmorgen ging het me goed af. Ik had me voorgenomen me niet te ergeren aan de weg en ontspannen te rijden en lukte wonderwel. Over de hele eerste 40 km werd er aan de weg gewerkt en dat gaf hier en daar best lastige stukken. Na de lunch was de weg niet zo gek slecht, maar ik had me voorgenomen om het nog rustiger aan te doen en niet uitgewoond in het kamp aan te komen, dus stopte ik veel, met als gevolg dat ik door iedereen weer werd ingehaald. We zitten nu heel hoog in de Andes en ergens midden in Peru. De bergen zijn niet erg steil en erg droog. Het landschap is weer erg spectaculair met enorme vergezichten, omdat de dalen hier wijder zijn dan eerder. Het middagdeel blijkt langer dan gepland. Ik rij inmiddels alleen en het begint al behoorlijk laat in de middag te worden. Hoewel ik weet dat ik niet fout kan rijden vraag ik me wel af waar het kamp blijft. Niets te zien in de enorme uitgestrekte leegte. We zullen toch niet ook die bergkam nog over moeten. Gelukkig mis ik de al sinds de lunch dreigende regenbui, maar de lucht blijft dreigen. Eindelijk kom ik bij het kamp. Het is inmiddels koud geworden en mijn handen zijn verkleumd. Ik kan nauwelijks meer mijn jack dichtkrijgen. Tent opzetten is best moeilijk met die koude handjes. Hij is trouwens kleddernat, want na het uitladen van de truck is er kennelijk hier wel een bui gevallen en is men vergeten die zaken af te dekken. Ik was me zo goed en zo kwaad als het kan met mijn washandje en schiet zo snel mogelijk zo veel mogelijk kleren aan. Als we net zitten te eten begint het te onweren en te regenen. Het wordt nu een staande receptie onder de inderhaast opgezette partytenten. Direct na het “koppie poeier” (warme chocolademelk op zijn Stellingwerfs) kruip ik mijn tentje in. Warm worden en slapen!

13-09-2010 bushcamp – Chincheros
Vanmorgen een bevroren tent! Niet heel geweldig geslapen, maar toch ook niet koud gehad. DE zon verwelkomt ons en dat is een verademing na koude en gedeeltelijk natte nacht. Eerst maar eten en daarna tent afbreken, want dan is hij wellicht ontdooid. De zon wint vrij snel aan kracht boven dit weidse hoogland, waar in de verste verte geen boom te bekennen is, zo hoog zitten we. Na het ontbijt en het opruimen van tenten vertrekken Gerard, Gerrit en ik een kwartiertje voor de menigte uit. We moeten vandaag eerst nog een stukje klimmen, dan 50 km dalen, om vervolgens nog een 40 km naar Chincheros te klimmen. Voowaar geen kattepis. We klimmen nog een half uurtje door het hoogland omhoog en beginnen dan aan de afdaling. Let wel: alles onverhard. Al gauw komt Rob ons als een dolleman voorbij en niet veel later ook het groepje met de racers. Gerard en ik, die meestal veel sneller dalen, hebben Gerrit dan al een stuk achter ons gelaten. De uitzichten zijn zeer spectaculair en we kunnen heel ver onder ons de weg het dal in zien kronkelen. We halen het groepje met de racers weer in; die zijn na een schuiver van Peter Beulens wat voorzichtiger geworden. Met Gerard in the lead zwaai ik bocht in, bocht uit lekker naar beneden. Goed geconcentreerd blijven en ontspannen. Tot ik, na een uurtje dalen, ineens een bocht niet meer lekker doorkom. Ik concentreer me opnieuw en probeer weer in mijn ritme te komen. En dan; een linkse bocht van de diepte af en ik mis kennelijk de goede lijn. Ik voel mijn achterwiel door het gravel van het midden van de weg glijden, kan onvoldoende bijsturen en knal vol de berg in. Boem is ho! Ik lig voorover op de weg en ben even groggy. Ik voel dat er iets mis is met mijn rechterarm, dat het niet de mij al bekende arm uit de kom is en als ik probeer te bewegen, besef ik vrij snel dat mijn bovenarm gebroken is; hij bungelt maar wat. Binnen no time is er een hele groep van ons om me heen, allemaal even bezorgd. Jasper neemt het heft in handen, legt me achterover op mijn eigen rugzak en stuurt iemand door naar beneden om een van de trucks te waarschuwen. De jongens besluiten daar niet op te wachten, maar de eerste de beste auto aan te houden en me daarmee vast naar beneden te sturen. We zijn hier ver van de geciviliseerde wereld. Even later wordt ik mer vereende krachten in de cabine van een vrachtwagen gehezen, waarin men direkt bereidwillig plaats voor me heeft gemaakt. Erik rijdt met me mee en houdt me bij moeilijke bochten stevig bij mijn shirtje. Ik ben nog steeds redelijk groggy van pijn en schrik. Het is de bedoeling dat ik meerijdt tot we een van onze eigen trucks tegenkomen. De chauffeur heft echter bedacht dat hij mij zal afzetten bij de medische post in het dichtstbijzijnde dorp. Ik wordt daar naar binnen gedragen en de vrachtwagen en Erik vervolgen hun weg. Susana heeft de vrachtwagen het dorp in zien slaan en is er achteraan gekomen. Gelukkig, want ik ben niet meer in staat om veel verstaanbaars in het spaans uit te brengen. Met mij is niet veel te beginnen tot ze me een pijnstiller in mijn bil spuiten. Daarna wordt in het volgende uur mijn arm povisorisch gespalkt en vertrekken Susanah en ik met de plaatselijke aftandse ambulance naar beneden, Susanah op haar gemakje liggend achterin en ik voorin naast de directeur, die me gedurende de rit honderduit vraagt over van alles en nog wat. Na geruime tijd dalen in een sukkelgangetje om mijn arm te ontzien, komen we de lunchtruck tegen, waarmee Didier ons inmiddels tegemoet is komen rijden. Daarin ook Gerard, die niks van mijn val gemerkt heeft, maar nu uiterst bezorgd is en me eerst wil zien voor hij verder rijdt. Ondertussen is ook de Peruaanse politie ter plaatse. Beslist wordt dat Didier met mij met de politie meerijdt tot Chincheros en dat wij samen verder zullen reizen naar Andahuaylas om me daar in het hospitaal te laten behandelen. Zo gezegd, zo gedaan. We rijden mee tot Chincheros, waar de eersten van de groep inmiddels zijn aangekomen, overtuigen de politie dat wij best met een taxi verder kunnen i.p.v met een ambulance, zoals de opdracht van hun chef luidt en vetrekken naar Andahuaylas. De taxichauffeur neemt niet de hoofdroute, waar men intensief met de verbetering van de weg bezig is, maar voert ons 3 uur lang hotsebotsend, via een prachtige onverharde weg naar ons to doel. Rob zal deze op de rustdag verkennen en besluiten die op te nemen in de route voor over twee jaar. Als we eindelijk in Andahuaylas aankon, knappen we ons eerst op in het hotel. Ik voel me niet eens zo rot, maar kan uiteraard niks met rechts en onverhoedse bewegingen veroorzaken aardige pijnscheuten. De rontgenfoto's laten een duidelijke overlangsbreuk in mijn bovenarm zien, met goede kans op genezing, volgens de arts. Ik wordt van pols tot schouder in het gips gezet. We zoeken vervolgens contact met de alarmcentrale van de reisverzekering en sturen op hun verzoek kopien van de rontgenfoto's door.

16-09-2010 Andahuayles
Hier zit ik dan op mijn hotelkamertje, alleen na het vetrek van de groep vanmorgen, voor de volgende etappes naar Cusco. Ik vetrek morgenochtend naar Lima en reis morgenavond door naar huis. Een voortijdig einde aan mijn Andestrail avontuur. Moest wel bijna een traantje laten, toen iedereen vertrok. Allemaal ontzettend bedankt voor jullie inzet en medeleven gedurende deze laatste dagen. En voor alle gedeelde ervaringen en lol gedurende de laatste 7 weken. Heel veel succes, lol en mooie ervaringen gedurende de rest van de trip. Voor mij is er de wetenschap dat ik over twee jaar no twee weken eerder aan het vervolg van dit avontuur mag beginnen.

zaterdag 11 september 2010

Bushcamp Mayoc – Ayacucho

Ayacucho, 10-09-2010
He, weer lekker op een hotelbed mijn blogje bijwerken;

10-09-2010 Bushcamp Mayoc – Ayacucho
Ons bushcamp bleek een waar muggen/vliegenparadijs te zijn. We waren gewaarschuwd, dus iedereen probeerde wel zoveel mogelijk zich te wapenen met lange broeken en shirts met lange mouwen, maar vanmorgen liep iedereen te krabben. Klerebeesten beten dwars door je kleding heen. De sterrenhemel was overigens wel spectaculair; zo zie je dat niet meer in West-Europa, als gevolg van de lichtvervuiling. Ik heb zeker een kwartier naast mijn tentje in een stoel naar de lucht zitten staren. Geweldig!
Om verdere beten te voorkomen, vertrekken Gerard en ik eerder dan de officiele starttijd. Gerrit is dan al lang en breed weg. Uit het vertrek de rivier over, over de brug waar, naar mijn gevoel, de hele nacht vrachtwagens over heen denderden en dan direct een steile klim omhoog. Nog steeds onverhard en dat nog zo'n dertig kliometers. Het landschap wordt weer wijdser en wat minder spectaculair dan gisteren. Overal toch weer huisjes en landerijtjes langs de weg, die vandaag opvallend minder druk met grote trucks is. Wel lastig zijn de honden. We worden weer ettelijke keren aangevallen vanaf erven. je schrikt je helemaal mottig, als er vanaf een erf ineens één of meer honden op je af komen. Een paar keer neem ik sprintles, maar eigenlijk is dat dom, tenzij je zeker weet dat je sneller bent. De andere keren stop ik en probeer mijn fiets tussen mezelf en de honden te houden. Meestal druipen ze dan wel af en kan je, mits voorzichtig weer verder. De anderen, in dit geval Gerard en Alex en later Gerrit, kunnen dan gewoon doorrijden. We zijn vandaag allemaal niet zo in vorm, lijkt het. We praten niet veel onderweg en klimmen allemaal met wat moeite. We hadden er niet op gerekend de hele weg naar de rust te moeten klimmen, maar helaas dat is wel de realiteit. Een kilometer of tien voor de rust komen we weer op asfalt en dat rijdt toch echt een stuk lekkerder. Bij de rust komen een tweetal plaatselijke wielrenners kijken, die ons kennelijk door hun dorp hebben zien komen en ons gevolgd zijn. Er worden veel foto's gemaakt en zelfs een videootje voor het thuisfront. Gerard houdt het voor gezien en pakt voor de middag de truck, verzwakt als hij is door aanhoudende spijsverteringsproblemen. Ik trek een laagje uit, laat mijn rugzak in de truck achter en rijdt de laatste 30 km op mijn gemakje uit, ineens weer in grote vorm stekend. Een prachtige afdaling wordt met hoge snelheid in het spoor van Stephen genomen en de slotklim naar Ayacucho zelf lokt nog even een krachtsexplosie bij me uit; het gat naar Ruud, die kort tevoren is langkomen stuiven, wordt in één ruk dichtgereden. Vervolgens wacht ik weer op Gerrit en Alex en gezamenlijk zoeken wij onze weg, door verkeer als een gekkenhuis, naar het hotel. Nou maar hopen dat ik, onanks de jeuk, nog een beetje kan slapen.

Bushcamp La Esmeralda – bushcamp Mayoc

Vanmorgen dus weer vroeg op en de tent afbreken. Duidelijk op de verkeerde plaats opgezet; als ik even beter had nagedacht was hij lekker opgedroogd in de ochtendzon. Heerlijk geslapen overigens, na de bijna doorwaakte nacht gisteren. Om acht vertrekken we zoals gewoonlijk en vandaag gaan we verder langs de zelfde rivier als gisteren. De kloof waar we door heen rijden is nog steeds vrij smal en de weg loopt op en af langs de bergwand. Al gauw komen we langs de dam, waarmee electriciteit voor een behoorlijk deel van Peru wordt opgewekt en die voor het temmen van de rivier heeft gezorgd. Gisteren was me al opgevallen dat de rivier steeds breder werd en hoger in het dal kwam te staan en ook dat de stroomsnelheid aanmerkelijk verminderde. De weg is hier niet al te breed. Ondanks dat komen er van tijd tot tijd grote trucks met oplegger over heen. Dat geeft spectakel. Gelukkig zijn er hier en daar uitwijkplaatsen. Maar het is wel heel spectaculair om die mastodonten zo langs de bergwand te zien manouvreren. Op gegeven moment ga ik harder dan de truck voor mij naar beneden en stopt hij zowaar om me de ruimte te geven om te passeren. Gerard heeft vandaag weer een goede dag en is binnen de kortste keren uit het zicht verdwenen en als ik Gerrit inhaal, die eerder is vertrokken, ben ik even later toch ook weer alleen. Ik rijdt vrijwel de hele ochtend tot de lunch alleen en probeer zoveel mogelijk een eigen tempo aan te houden. We moeten een onverwachte en onverwacht steile klim op. Nu heb ik mijn kleinste verzet ineens hard nodig. De lunch is in het dorp La Esmeralda, waar we verwelkomt worden met de fanfare en krijgen we, net als twee jaar geleden een glaasje van de plaatselijke drank aangeboden. Kennelijk zijn wij de enige toeristen die zie hier zien eensn in de twee jaar, want ze staan met drommen naar onze lunch te kijken en die te becommentariëeren, in het spaans en in de indianentaal quetcha. Ik blijf niet al te lang en ga weer verder; nog een kilometer of 40. Het gaat weer op en neer. Opvallend is dat er nu vrijwel geen verkeer meer is, vergeleken met vanmorgen en dat er toch om de zoveel kilometer wel weer een gehucht is, compleet met verkeersdrempels van zand in de onverharde weg. Het is inmiddels er warm. Op een goed, of liever slecht monent heb ik het helemaal gehad en bij de eerst volgende helling stop ik en heb ik de neiging om mijn fiets in de 300 meter lager liggende rivier te dumpen. “Waar ben ik mee bezig?” Ik vind het allang niet leuk meer, al dat gehotstbots en dan is deze weg lang zo slecht niet als die door de Canon de Patos of door het Parque National Huascaran. Gerrit komt voorbij en vertrouwd me toe dat het nog 17 kilometer is. Dat is me veel te ver en er zullen nog wel minstens drie ellendige klimmen in zitten. Bah! Ik stap natuurlijk toch weer op en rijdt die 17 km uit. De klimmen op een zo klein mogelijk verzet en de afdalingen zo hard mogelijk. Ik kom een dorpje door, dat volledig gesloten blijkt vanwege de siesta en zie daarna de vlag. We moeten nog even een 500 meter echt crosscountry naar de rivier waar we onder aan de brug kamperen. Ik ben eigenlijk hartstikke moe. Realiseer me dat ik eigenlijk te weinig gedronken heb en waarschijnlijk ook te weinig gegeten. Foei, dom! Lekkert badderen in de rivier, eten en dan je tentje in.

Huancayo – bushcamp La Esmeralda

Bushcamp La Esmeralda, 08-09-2010
Lekker in mijn tentje. Alweer een rustdag en het begin van een nieuwe serie fietsdagen achter de rug. De rustdag verliep vrij rustig, zoals een rustdag betaamd. Wat boodschapjes, beetje lezen op bed, blog bijwerken, fiets schoonmaken etc. Gelukkig bretels voor mijn nieuwe fietsbroeken gevonden, zodat ik niet de hele dag meer hoef te hijzen. En talkpoeder gekocht op aanraden van velen als oplossing voor mijn achterste. Mijn zieke kamergenoot Topper maakte de a

08-09-2010 Huancayo – bushcamp La Esmeralda
Mijn zieke kamergenoot Topper maakte vannacht zoveel lawaai als gevolg van zijn verstopte neus dat er van slapen niet veel terecht kwam. Ik had het hard niet om hem wakker te maken en heb op een goed moment mijn slaapzak en kussen opgepakt en ben op een bank in de leesruimte op de eerste verdieping gaan liggen. Daar viel ik eindelijk in slaap.
Vanmorgen was het vertrek vertlaat tot 10 uur, omdat de band die de geëxplodeerde band van de soeptruck moest vervangen, pas vanmorgen uit Lima zou arriveren. De beide G's en ik hadden besloten toch vroeger te vertrekken, om zo rustiger aan te kunnen doen. Het was prachtig zonnig weer en ik kon na de doorwaakte nacht een gezapig tempo wel gebruiken. We hadden een klim van 18 km voor de boeg, De liep gelukkig heel geleidelijk. Boven was het weer flink koud ondanks de zon. De daarop volgende afdaling was werkeljk fantastisch: prachtige weg, prachtig berglandschap en prachtig weer. We stoppen veel om foto's te maken. Rustig bollen we naar de lunch, waar we lang blijven hangen, omdat de te reparen truck toch nog niet door is gekomen en onze bagage dus ook nog niet op de 30 km verder gelegen kampplaats is. Als de truck eindelijk arriveert, vertrekken we voor de laatste 30 km onverharde weg. We rijden langs een heel mooie rivier met vele stroomversnellingen. Het dal qordt geleidelijk smaller en we komen, ondanks dat we dalen, steeds hoger boven de rivier te rijden. De uitzichten zijn spectaculair en de weg is, ondanks dat hij onverhard is, vrij redelijk. Zonder problemen of grote avonturen bereiken we de kampplaats. Tentje opzetten, eten en afwassen, want ik heb corvee. Er is een kampvuur gemaakt, maar ondanks dat ga ik vroeg mijn tentje in. Dit blog aanvullen en slaap inhalen. Morgem 90 km onverhard!

dinsdag 7 september 2010

Huanuco- Cerro de Pasco, Cerro de Pasco - La Oroya en La Oroya - Huancayo

03-09-2010 Huanuco
Wat een watjes, heb al verschillende keren horen mompelen; alweer een rustdag. Het zou wat, ik ben maar wat blij met die rustdag, die dan ook op die manier wordt doorgebracht; rustend. 's Morgens een ontbijtje scoren ergens in de stad, beetje opruimen en op bed rustig mijn blog bijwerken, lunchen, weer een beetje op bed internetten, fiets schoonmaken, uit eten (heerlijk italiaans restaurant), spullen voor volgende dag klaarzetten, tas weer inpakken en slapen.
Ik voel me lichtelijk schuldig dat ik me niet in de plaatselijke cultuur stort (opvoeding verloochend zich nooit), maar ik ben sterk en doe het niet: morgen moet er weer gefietst worden! Overigens is Huanuco geen toeristenstad en is er, voor zover ik dat kan nagaan, ook niet zoveel te beleven. Lopend door de drukke straten kun je zien dat dit een echt regionaal centrum is; de toeleveringsplaats voor de regio. Veel kleine winkels en veel indianen uit de omgeving die hier voorraden komen inkopen. Het is hier warm en het barst er van de gemeen stekende vliegjes die voor heerlijke, langjeukende bulten zorgen. Ik koop uit voorzorg maar een polo met lange mouwen. Het verkeer is een chaos van voornamelijk 3 wielige motortaxis, alles is eenrichtingsverkeer en op alle kruispunten staat één stoplicht, alleen weet je nooit op welke hoek. Qua sfeer ook duidelijk merkbaar meer tropisch, aan de Amazonekant van de Andes.

04-09-2010 Huanuco – Cerro de Pasco
Vandaag trekken we terug de Andes in en wel naar waarschijnlijk de hoogste stad ter wereld, Cerro de Pasco, een mijnstad op bijna 4300 meter. Zware dag met 120 km klimmen om 2600 hoogtemeters te overbruggen! Het vertrek uit Huanuco verloopt, alweer onder politiebegeleiding, voorspoedig en de eerste 35 km lopen lekker, licht omhoog. Dan stuiten we op een roadblock. De weg wordt hersteld en we mogen niet verder. Pas om 12 uur 's middags. Daar sta je dan met je fietsje in de brandende zon. Enorme file vrachtwagens achter je, niets te zien dan een lege weg voor je en onverbiddelijke politie die je de doorgang verspert. Wachten tot 12 uur (het is dan 9.30) is niet een optie, want dan halen we Cerro de Pasco niet voor het donker, althans een behoorlijk deel van de groep niet. Na een uurtje soebatten mogen wij als groep inderdaad door en rijden we langs de asfaltwerkzaamheden. Maar het uur stilstaan heeft dan zijn tol al geeist: dikke benen en nooit meer in je ritme komen. Ik ben ook nog zo stom geweest om te bedenken dat ik mijn DJL broeken nog wel eens kan uitproberen en voel dus onmiddellijk mijn billen weer protesteren. Ik ben nog wel zo slim geweest om een van mijn nieuwe broeken in mijn rugzakje te proppen, dus sta ik al gauw ergens midden op straat van broek e verwisselen, maar het kwaad is dan al geschiedt en ik zit dus weer op de blaren. Met redelijke moeite haal ik de lunch en dan is het nog zeker 50 km klimmen. Ik ben in een eigenwijze bui en ondakns dat het al later begint te worden en met de tocht door het Parque National nog vers in het geheugen, ben ik vastbesloten om deze etappe uit te rijden. Even na de lunch zie ik Gerard me ineens terugkomen. Hij roept me toe dat hij het opgeeft voor vandaag: voelt zich niet lekker en ziet voor ons een zware bui hangen. Die had ik ook al gezien en niet lang daarna voel ik de eerste drupppels. Niet veel verder zie ik bij een soort abri een hele groep van ons schuilen, die me toeroept dat ze stoppen en op de truck staan te wachten. Ik rijd door! Eerst nog een stuk onverhard, waar het heel druk is met vrachtwagens en dan weer verder omhoog. Dan barst de bui echt goed los en ben ik binnen de kortste keren doorweekt! Er valt zelfs een beetje natte sneeuw. Dan houdt het weer op en klaart het langzaam weer op. Nog een kilometer of 40! Ik heb geen idee hoe laat het is, maar het wordt er niet vroeger op. De weg begint nu echt op een bergweg te lijken en ik klim, heel langzaam en zeer gedoseerd (8 km per uur en op 22-26) lus na lus omhoog. Het is nu inmiddels laat in de middag en het verkeer is veel minder druk geworden. Het is inmiddels weer zonnig geworden en ik ben grotendeels weer opgedroogd. Het begint wel kouder te worden. Hoger en hoger klim ik in een steeds mooier en verlatener landschap. Ik heb al een paar uur niemand van ons meer gezien. Tot Rob me inhaalt en vraagt of het nog gaat. k zeg van wel, ondanks dat ik nu wel diep in mijn reserves zit, maar ik wil uitrijden. Volgens hem nog een kilometer of wat tot de splitsing en dan nog anderhalve kilometer tot de top, waarna er nog een paar kilometer de stad in moet worden gedaald. Hij deelt nog mee dat Didier nog met de truck zal terugkomen om de achterblijvers op te pikken en rijdt door. Ik vervolg met tussenpozen mijn weg, indachtig dat ik wil uitrijden. Om elke bocht zie ik de zon nog net in de volgende bocht schijnen en bedenk me dat ik daar dan nog even zal gaan stoppen. Maar inmiddels daalt de zon zo snel dat daar aangekomen er al geen zon meer is. De weg lijkt eindeloos en de splitsing wil maar niet komen. Ik zie de truck terugkomen. Wilbert vraagt of het nog gaat en ik geef aan dat ik nog wil doorrijden. Hij gaat verder naar beneden om degenen achter mij nog op te pikken. Niet veel later haalt hij me weer in. Ik zie dat Rachel er in zit. Wilbert roept me toe dat hij op de splitsing op me wacht. Ik rijdt door en eindelijk bereik ik die splitsing. Ik krijg te horen dat alleen Stephen nog achter me zit en dat die uit wil rijden. Het is inmiddels bijna donker en ik heb me al bedacht dat ik niet de stad in wil rijden in het donker. Ik heb het inmiddels ook koud en kies voor de veilige weg en besluit in te stappen. Die laatste anderhalve kilometer klimmen kan ik nog wel, maar ik doe ze niet. Rachel, die al eerder is ingestapt en ik kruipen dicht tegen elkaar om een beetje warm te blijven, onder het jack van Susana en de sweater van Wilbert. We wachten op Stephen, die besluit door te rijden om zijn 100 % score in stand te houden. Wev rijden met de truck achter hem aan het laatste stukje klim op en de stad in. Voor zover we kunnen zien in het donker, een nog troostelozer oord dan ons al voorspeld was. Ook het hostal waar we verblijven is van die kwaliteit. Het is er ijskoud en vochtig en douche nog wc nog wastafel hebben water. Ik kan me gelukkig nog douchen in een van de andere kamers, maar warm word ik niet echt. Alles aantrekken wat je hebt is het devies. Wat ben ik toch blij dat ik nog een setje termisch ondergoed heb meegenomen. Gauw op zoek naar iets te eten. Kom Gerard tegen, die me, met een grauw gezicht, verteld dat hij al is wezen eten, zich niet goed voelt en naar bed gaat. Ik tref Peter, die ook net is aangekleed en met zijn tweeen wagen wij ons nog buiten en op zoek naar een eetgelegenheid. Veel is het niet en ik krijg de rijst met kip nauwelijks naar binnen. Gelukkig verwarmt het gevoel het toch voor 99 % volbracht te hebben me net voldoende om redelijk tevreden in mijn slaapzak te kruipen (ik vertik het om tussen de enorme stapel klamme dekens te kruipen. Slapen is fragmentarisch met het inmiddels bekende beklemde gevoel op de borst. Uitrusten is er niet echt bij. Hoe moet dat dan aanvoelen op nog grotere hoogte voor die bergbeklimmers?

05-09-2010 Cerro de Pasco – La Oroya
Vandaag gaan we van de mijnstad naar de plaats waar het erts wordt verwerkt. La Oroya heeft drie smelterijen, voor lood, koper en een zink rafinaderij. Een van de meest vervuilde plaatsen ter wereld. We verlaten Cerro de Pasco en hoewel we er niet veel van hebben gezien, heeft de hoogste stad van Zuid Amerika geen positieve indruk op de meeste van ons achtergelaten. Wat een dump. Je zal maar veroordeeld zijn om daar te leven. Helaas krijgen we de imense open mijn niet te zien. We zijn de stad nog niet goed en wel uit of we krijgen een forse regenbui over ons heen. Kletsnat en dus koud koersen we de hoogvlakte op die we vandaag moeten overbruggen. Vrij vlak maar wel rond de 4000 m hoog. Gerard heeft me gevraagd of hij vandaag met mij mee mag rijden. Alsof ik daar wat in te zeggen heb, hij rijdt normaal beter dan ik, maar hij voelt zich nog niet 100% (wie van ons wel, overigens na gisteren en vannacht). Tijdens de bui rijden we zwijgend achter elkaar, allebei hopend dat dit niet de hele dag zal duren, hoewel de hemel in eerste instantie donkergrijs lijkt. We rijden parallel aan een spoorlijn die Lima met Cerro de Pasco en La Oroya verbindt. Dit was de hoogste spoorweg ter wereld tot de opening van de Quinhai-Tibet spoorlijn in China, met als hoogste punt de El Ticlio pas op 4781 m. Gelukkig klaart het weer geleidelijk op. De zon gaat zelfs schijnen, maar het wordt, als gevolg van de hoogte niet echt warm. We rijden gestaag verder en nuttigen ergens in een dorpje onderweg een colaatje. Vanwege het dreigende weer heeft Didier de lunch gesitueerd in een cafe langs de lange vrijwel verlaten weg. We blijven niet al te lang zitten en vervolgen onze rit. Niet veel verder zien we ineens drie lama-achtigen langs de weg. Gezien hun bijna hert-achtig uiterlijk moeten dit wel vicuna's zijn, de meest zeldzame soort. Een groot deel van deze hoogvlakte is dan ook een nationaal reservaat, onder meer voor deze beschermde diersoort. Hier is ook een inmens meer, waar we echter niet veel van te zien krijgen. We klimmen in het begin van de middag nog een beetje en het landschap wordt weer wat bergachtiger, waarna we aan de afdaling naar La Oroya beginnen. Gelukkig gaat dat vrij rap en bereiken we zonder veel problemen ons hostal, dat gelukkig weer een heel stuk comfortabeler is dan ons verblijf in Cerro de Pasco. Het ligt niet ver voorbij de loodsmelter en nu zien we ook voor het eerst dat er echt treinen rijden over de spoorbaan, als er zich een luid toeterend in beweging richting Lima. Ik heb weer de luxe van een eenpersoonskamer, maar slaap alweer niet al te best; ook 3800 meter is nog steeds hoog.

06-09-2010 La Oroya – Huancayo
Na een niet al te beste nacht, voel ik me 's morgens niet al te lekker. Het is overigens leuk om 's morgens als die min of meer slaperige koppen aan het ontbijt te zien. Dat ontbijt wordt verzorgd door de Bike-Dreams crew en zo langzamerhand neemt het percentage nederlandse bestanddelen daarin zienderogen af. De cruesli is inmiddels op en er wordt brommerig gereageerd op de schaarsheid van de pindakaas. Gelukkig is er wel alternatieve muesi gevonden, want ik krijg brood 's morgens maar moeilijk weg. Al met al is er niks mis met dat ontbijt. Elke ochtend krijgen we onze route uitgereikt, compleet met kaartje en hoogtegrafiek. Wilbert die elke ochtend de route en eventuele bijzonderheden bespreekt, wordt altijd enthousiast met een gezamenlijk “goedemorgen Wilbert” begroet. Na het ontbijt brengt iedereen zijn bagage bij de truck en worden de fietsen van stal gehaald. Vandaag is ons een geheel dalende route beloofd, want Huancayo ligt op 3200 m en we volgen de rivier stroomafwaarts. Ook vandaag rijdt ik met Gerard op. De stad uit komen we langs de andere smelters en grote bergen kennelijk mijnafval en dergelijke. De vrij snelstromende rivier zal wel vervuild zijn. Het tempo ligt direct vrij hoog, hoewel we weer bijna 130 km voorgeschoteld krijgen. Ik heb het, als gebruikelijk, het eerste uur moeilijk; kan niet in mijn adem komen en mijn ontbijt wil maar steeds niet zakken, zodat ik er meerdere keren van kan “genieten”. Geleidelijk gaat het beter, zoals altijd. We peddelen gezapig naar beneden en na 2 uurtjes besluiten we een sanitaire stop te maken en onze energierepen op te eten. Als we kort daarop niet ver achter een redelijk doorfietsende Wilbert blijke te zitten en het gat niet groter wordt, krijg ik ineens de geest: ik geef gas en rijdt het Gerard, Wilbert en even later Michiel in mijn wiel, hard door. Wilbert constateert dat ik kennelijk Rigo's rol aan het overnemen ben. Het wordt een kop over kop rit naar de lunch, waarbij we successievelijk alle voorliggende groepen inhalen, met uitzondering van de echte racers. Lekker! Kan ik helaas alleen maar in het vlakke en naar beneden. Gerard en ik besluiten om de laatste 50 km bij Gerrit te blijven, die zoals altijd de gehele ochtend alleen heeft gereden. Aangezien we niet te lang zijn blijven lunchen en de rest wel, rijden we lange tijd met zijn drieen vooruit, later bijgehaald door Michiel. Het laatste stuk gaat door een flink breed geworden dal. We stoppen bij de soeptruck (dit vereist enige uitleg: één van de twee trucks, met onze bagage rijdt rechtstreeks van etappeplaats naar etappeplaats en bereid daar onze aankomst voor met soep en broodjes en wordt daarom door ons als de soeptruck aangeduid. De andere rijdt naar de lunchplaats en bereidt daar onze lunch, veelal in de open lucht en wordt daarom de lunchtruck genoemd) die een klapband heeft gehad. Chauffeur en monteur Ewald is net bezig de laatste hand aan de bandenwissel te leggen en we kunnen nog net zien dat de gehele, 10 ton wegende brandweertruck op een enkel, niet al te grote hydraulische krik leunt: scary!. Inmiddels arriveert ook het merendeel van de rest van de groep en beroven wij het nabij gelegen cafe van haar laatste flesjes cola. We moeten nog zo'n 25 km en zien in de verte, boven Huancayo steeds zwarter wordende luchten samentrekken. Gerrit verzucht dat we wel weer nat zullen worden, waarop ik hem voorhou dat we tot nu toe nog steeds in de zon rijden. Uiteindelijk krijg ik gelijk; we rijden precies tussen twee buien door en worden alleen nog nat van het spatwater van de kletsnatte weg. Huancayo is groot en we moeten natuurlijk zo ongeveer aan de andere kant zijn. Aan het begin van de stad worden we opgevangen door de politie die ons met zwaailichten en sirene door de stad loost. Aangezien we eerst nog een gemeen hellinkje opmoeten, verliezen Gerrit en ik het contact met de groep. Ik kan steeds nog net de laatste blijven zien, maar moet voor en achter me blijven kijken waar we heen gaan, of Gerrit mij nog volgt en ondertussen de horden taxis van mijn lijf houden, die zich aan god nog gebod storen en zonder richting aangeven of in de spiegels kijkend, luid toeterend in en uit het verkeer slingeren en een eenzame fietser niet opmerken. Midden in de stad ben ik de groep echt uit het oog verloren. Opeens, net als we willen gaan vragen naar de weg, worden we opgepikt door een strak in het uniform zittende motoragente die ons keurig de laatste straten naar ons hotel doorlootst. En, zoals al van te voren aangekondigd en al hiervoor aangegeven, een luxe hotel. Ik geniet even later heerlijk van een heerlijke warme douche in een keurige badkamer en betrap me op de gedachte dat ik over een maand weer elke dag onder een luxe warme douche mag stappen. Maar we hebben het ook wel verdiend na de zware laatste dagen.

maandag 6 september 2010

Quivilla - Huanuco

La Oroya 05-09-2010
Stad waar een koper- en lood- en zinksmelterij zijn gevestigd en met de twijfelachtige eer een van de meest vervuilde steden van de wereld te zijn. Minder erg dan Cero de Pasco waar we gisteren overnachten, hoogste stad te wereld op 4270 meter en in mijn ogen ook de lelijkste. Maar verder met de avonturen van Dolfje in Lamaland

02-09-2010 Quivilla – Huanuco
Wat een loodzware opgave van 110 km onverharde weg en bijna 1300 hoogtemeters had moeten worden wordt gelukkig iets minder zwaar omdat de weg geheel verhard is in de afgelopen twee jaar. Ik dank god op mijn blote knietjes, want ik kneep hem als een oude dief: we moeten meer dan 40 km klimmen en mijn ervaringen in het Parque National maken me daar niet bepaald gerust op. Maar de weg blijkt fantastisch goed en het landschap, zoals gebruikelijk prachtig. Omdat ik teveel gegeten heb bij het ontbijt (en dat dus niet wil zakken) haak ik al snel af vooraan, maar ik vind een lekker ritme en klim gestaag. Ondanks dat iks 40 km een heel eind. Op eem bepaald moment hoor ik muziek. Het komt uit een van de tegen de bergwand geplakte dorpjes, maar het is nauwelijks te bepalen uit welk. Als we door een dorpje klimmen wordt ik bijna overvallen door de dorpelingen die een feest aan het vieren zijn. ik moet afstappen en meedoen. Mij eigen weet ik me daaraan te ontworstelen, maar collega's achter mij dansen er op los, hoor ik later. Verderop in het dorp is nog zo'n bandje aan het blazen en dansen dorpelingen in prachtige vergulde klederdracht. Nu stop ik wel om fotoś te maken, maar helaas wordt me dat onmogelijk gemaakt door een aantal dronken mannen, die me de hand moeten schudden en allerlei onduidelijke verhalen hebben, Als ik me daaraan ontworsteld heb, is de groep net opgehouden en de dansers verdwenen. Later horen we dat het einde van de maand augustus wordt gevierd. Ik klim het dorp uit en vervolg de weg, wat ook niet anders kan want andere wegen zijn er niet. Als ik even rust komen uit de achtergrond weer anderen langs, die ik vervolgens weer inhaal. Het is opvallend hoe snel je behoorlijke verschillen krijgt bij het klimmen, maar anderzijds ook hoe klien die vaak bij de lunch nog blijken te zijn. De laatste 7 kilometer lijken niet om te willen. Steeds weer een bocht waarvan je denkt, nou zal ik wel boven zijn en dan blijken er nog weer drie achter te liggen, We rijden om een ronde uitstekende rots heen, die terecht de Corona de Inca (Inca kroon) heet. Het begint te miezeren en op deze hoogte (bijna 4000 m) is het dan koud. Op het hoogste punt heeft Didier de lunch ondergebracht in een lokaal indiaans winkeltje en is er koffie en thee. Gelukkig maar want het regent nu volop. En dan 60 km moeten dalen. Ik vertrek, na een droog ondershirt te hebben aangedaan, gehuld in mijn nieuwe dure regenjack dat nu dan toch eindelijk zijn nut bewijst. Samen met engelse Rob, dalen we zeer voorzichtig want het relatief nieuwe asfalt kan bij regen veradelijk glad zijn en tegenliggers kunnen best eng zijn op de vrij smalle weg. Op gegeven moment moeten we ons tegen de bergwand drukken om een grote vrachtwagen te laten passeren, meer ruimte is er niet. De weg loopt prachtig en als na een kilometer of 10 het dal zich verder opent naar de vallei van Huanuco, zie je de weg honderden meters onder je in grote bochten naar beneden zwieren. Hij blijft de gehele verder afdaling nat van de net gevallen regen, zodat ik niet op mijn gebruikelijke wijze door kan dalen, maar het is een schitterende afdaling. Gaande weg wordt het landschap groener, stijgt de temperatuur en de begroeing steeds dichter en tropischer. We zijn nu duidelijk aan de oostkant, de Amazone kant van de Andes terecht gekomen. Dat blijkt ook duidelijk als we in Huanuco bij het hotel aankomen, waar we op de parkeerplaats, waar de gebruikelijk soep voor ons klaarstaat, direkt lekgeprikt worden door hele kleine venijnige mugjes. Moe maar voldaan betrek ik, wat een luxe, mijn eenpersoonskamer.

donderdag 2 september 2010

Huaraz - Parque National Huascaran en PN Huascaran -Hualanca

Bushcamp Quivilla, 01-09-2010
Op mijn verjaardag in mijn tentje. Wel romatisch toch? De verjaarswensen begonnen al om 1 uur vanacht en bleven de hele nacht zo'n beetje doorgaan. Exen en collega's en wat familie. Na vertrek uit ons vorige kampje vanmorgen hield dat gauw op, want toen was er geen verbinding meer. Dat is hier in het binnenland van Peru wel eens een probleem, maar zonet was er kennelijk weer wat verbinding, zodat ik het droeve nieuws van het overlijden van Laurent Fignon en Jean Nelissen (De Neel) kon vernemen. Het leven, of liever de dood, gaat gewoon door, terwijl wij de ene fabelachtige dag na de andere beleven. Maar, terwijl ik me de vliegjes van het scherm mep, zoals gebruikelijk de chronolgische belevenissen van Dolfje in Lamaland.

30-08-2010 Huaraz – Parque National Huascaran
De rustdag verliep zoals hij moest, met veel rust en de was was gauw ui1tgezocht.
Als een van de laatsten, in ware Rigo-traditie, vertrok ik uit het hotel en besloot me deze dag aan te sluiten bij Michiel, die redelijk ziek was geweest en nu alleen dreigde te moeten rijden. Het werd tot de lunch een rustig dagje. Redelijke weg, zonnetje er bij en een rustig tempootje. Onderweg pikten we hier en daar wat van de gebruikelijke achterhoede op, Betrapten Nico en Ilse aan de 's ochtens kennelijk gemiste verse broodjes en klommen gestadig naar grotere hoogte. Bij de lunch waren we zowat de laatsten. Daarom niet minder rustig aan gedaan, het was per slot nog maar 10 km naar het eerste van de drie opeenvolgene bushcamps bij de ingang van het Parque National. Dat werden uiteindelijk nog wel spannende kilometers. Na helpen met opruimen, vertrokken we met Philippe en een aantal anderen. Dit traject was weer onverhard en liep hier en daar gemeen op. En mag Parijs-Roubaix dan bekend staan om de lukraak uit een vliegtuig neergekwakt lijkende kasseistroken; wat ze hier met dit soort wegen doen tart iedere beschrijving en was ook niet het beeld dat ik uit de folder had. Afijn, met een dreigende lucht die steeds verder dichttrok en het vooruitzicht op tenten opzetten in de regen (of sneeuw, want het kamp lag op 4200 meter hoogte), kropen wij naar boven. Ook ik had het op de steilere stroken niet al te makkelijk, ondanks dat ik het de hele dag rustig aan had gedaan. Maar we kamen er, hijg, hijg. O ja, het is hier 4200 meter hoog! Gauw tentje opzetten en alles aantrekken wat je kan aantrekken, want het zou zwaar kunnen vriezen, 's nachts op deze hoogte. Heel vroeg eten (4uur 's middags) en iedereen om 6 uur in de tent, want dan wordt het al donker en goed koud. Dankzij de dichtgetrokken hemel en de zo nu en dan vallende miezerregen werden de ergste voorspellingen gelukkig geen waartheid, maar warm is anders. En van 6 tot 6 in je slaapzak is ook niet alles. Ik had een deel van de nacht behoorlijk last met mijn ademhaling en sliep dus ook niet al te best. Wat moest dat wel niet worden de volgende dag, als we onverhard over 4800 meter zouden gaan?

31-08-2010 PN Huascaram – Hualanca
Zo'n beetje de koninginnerit van deze tocht. Door het Parque National Huascaram met op twee punten over de 4800 meter grens. Vanwege de kou was opstaan, eten en vertrek al een uur verlaat en het was inderdaad koud. Weliswaar geen ijsbloemen op de tenten, maar een wat ongure grijze dag met een temperatuur onder de 10 graden. Uit het vertrek moest er geklommen worden over 17 km en onverharde weg van 4200 meter naar de eerste pashoogte van 4800 en nog wat meters. En ik kan je verzekeren dat dat geen “walk in the park” is op die hoogte op dat soort onverharde wegen. Het onvergetelijke, woeste en wonderschone landschap vergoed een hoop, maar afgezien daarvan beschouw ik het als een uitdaging en niet als een leuk fietstochtje. Maar nogmaals het landschap: wat dacht je van op de hoogte van gletschers door onmeteljke komdalen rijden waar je in geen velden of wegen sporen van bewoning aantreft, afgezien van de sporadische herdershutten. Woest en leeg zijn deze bergen en hoog. Vijf- en zesduizenders om je heen waar je maar kijkt. Onvergelijkbaar veel grootster dan de Alpen of de Pyreneen. Maar je mot nog steeds wel blijven fietsen. En dat is voor krabbers zoals ik voorwaar geen sinecure. Hoe hoger en hoe verder je komt, hoe lastiger het wordt. Op laatst ben je zo druk bezig met, bij een snelheid van rond de 5 km per uur je zoveel mogelijk langs de puntige keien te worstelen en tegelijkertijd je adem te regelen, dat je nauwelijks tijd hebt om nog om je heen te kijken. Je geest is steeds meer bezig met “hoever nog” dan met het registreren van het natuurschoon. Je rustpauzes heb je nodig om op adem te komen en niet om nog precies met veel overleg te bekijken of en zo ja hoe je iets gaat fotograferen. En het is nog koud ook. Eindelijk is die pas daar en kun je gaan dalen. Gelukkig is de weg naar beneden marginaal beter dan die naar boven, maar ook dit vereist uiterste concentratie.
De lunchplek! Ook daar is het koud en als de crew je vervolgens wijst waar je ongeveer naar toe moet, zakt de moed je in de schoenen. Uitkijkend over een enorm keteldal met links de gletcher van een zesduizender is het zo ongeveer het uiterste topje van het eind van het dal aan de rechterkant. Kilometers ver. Dus gauw een broodje verorberen, bidons bijvullen en vort maar weer. Gerrit komt niet al te ver achter me aan. Eerst een stuk verder dalen en dan gaat het weer omhoog door de keien. De snelheid is er nu helemaal uit en ik moet om de tien minuten van de fiets om bij te komen. Ik loop dan maar een stukje. Ik wacht op Gerrit en gezamenlijk luchten we onze frustatie. Vort maar weer. Inmiddels op 22 x 28 en dan wordt het moeilijk om je evenwicht te bewaren bij een snelheid van nog geen 5 km per uur. Als we het gehele komdal doorgeworsteld zijn, denken we dat we om de hoek aan de afdaling kunnen beginnen. We lopen intussen al een kilometertje of wat. We zien de lunchtruck aankomen en overleggen; verdergaan of meerijden. Gerrit is aan het eind van zijn Latijn en we overreden hem in te stappen. Ik stap weer op maar mijn benen zijn ook helemaal leeg. Ik draai om en geef mijn fiets af aan Didier die nog boven op de truck de fiets van Gerrit staat vast te zetten. Verslagen door zo'n stomme berg!
Als we met de truck verder rijden besef ik dat ik een juiste keuze heb gemaakt: het is om de hoek nog een komdalletje verder knokken over de keien. Somber kijk ik naar de zich ontvouwende wergezichten, hotstebotsend in de truck. Ik moet mezelf er toe zetten niet ontzettend sacherijnig te worden.
's Avonds in het kamp tentje opzetten en eten. Ben best een beetje sacherijnig. Had meer van mezelf verwacht. 's Nachts in mijn tentje vat ik moeizaam de slaap, temeer omdat ik het scheef heb neergezet en ik dus constant naar beneden glij. Om rond half een begint het gedonder: “piep” zegt mijn telefoon: sms: gefeliciteerd met je verjaardag. Da's waar ook, bijna vergeten. In de volgende nachtelijke uren volgen dan nog ettelijke 'pieps”; men vergeet in Nederland gemakshalve het tijdsverschil maar. Maar het komt allemaal uit een goed hart, zullen we maar zeggen.

zondag 29 augustus 2010

Bushcamp - Caraz en Caraz - Huaraz





Huaraz, 28-08-2010
Lekker alweer in een hotel met heerlijk warm water in de douche. Maar zoals gebruikelijk; de chronolgische belevenissen:

27-08-2010 bushcamp – Caraz
Inmiddels bijna routine in geval van een bushcamp: Opstaan, tandjes poetsen, tentje opruimen en afbreken, ontbijten en tas inpakken. Daarna weer op weg. Rest van de Canon de Patos. Dus vooralsnog nog meer onverharde weg. Weg was van betere kwaliteit dan gisteren het laatste gedeelte, maar het ging wat harder omhoog. En daarna weer naar beneden; jammer van de gewonnen hoogtemeters. Hier en daar even wat foto's maken; afijn, de dagelijkse sleur van de fietser, zullen we maar zeggen. Tot aan de lunch ging het eigenlijk heel goed. De canon werd hierna veel smaller en de weg vertoonde nu tunnel na onverlichte tunnel. Gelukkig deed Rigo's schijnwerper het uitstekend en mijn achterlicht ook. De voorlamp was wel lekker om jezelf te orienteren in de langere tunnels, de achterlamp voor eventueel achterop komend verkeer. De weg en de met name de tunnels moet je je niet te breed voorstellen, dus erg veel ruimte om langs een vrachtwagen te komen is er niet. In de langste hoorde ik halverwege achteropkomend verkeer en dat is geen onverdeeld genoegen. Ik neem aan dat hij mijn achterlicht gezien heeft, maar je zit zelf wel wat gespannen op je fietsje. Mijn tempo ging ongemerkt aanmerkelijk omhoog, net als mijn hartslag. Gelukkig ook weer overleefd. Gerard en Wilbert en Suzanne maalden rustig door en realiseerde me ineens dat ik eigenlijk nog niks van de canon gezien had noch gefotografeerd had. Dus ben ik dat eerst maar eens gaan doen en daarna wat rustiger (voorzover je rust kan nemen tijdens het rijden over zo'n steenslag- en keienweg. Uiteindelijk kwamen weer op de verharde weg. Ineens voelden mijn benen wel erg leeg aan en er moesten nog de nodige kilometertjes worden afgelegd. Dat werden dus lange kilometers, zeker omdat er ook nog een stuk onverhard klimmen bij was. Maar uiteraard kwamen we er, na nog even aan de politie, die mij aanhield om te vragen hoeveel er nog na mij kwamen, te hebben uitgelegd dat het slangetje van vloeistofreservoir niet voor zuurrstof diende. Lekker gedouched in het hotel en gegeten bij de italiaan (gek dat we daar verwelkomd werden door de juffrouw van het hotel).

28-08-2010 Caraz – Huaraz
Gerritdag voor mij; d.w.z. ik heb lekker de hele dag met Gerrit opgereden. Voelde al snel dat ik nog dikke benen had van gisteren en Gerard ging me net een beetje te hard. Viel ook mooi samen met zijn verjaardag, dus hebben we al fietsend even alle wereldproblemen behandeld (en maar niet opgelost, want wat zou er dan nog te bespreken zijn) en het landschap becommentariseerd. Wat overigens adembenemend was. We rijden nu tussen de Cordillera Negra en de Cordillera Blanco door. De laatste steekt met besneeuwde toppen van boven de 6000 meter de dichterbij liggende bergen (veel ook hoger dan 5000 meter) uit. We pakken nog gezellig een colaatje op een terras na de lunch en komen na wat gezoek redelijk vroeg in het hotel. In verband met de rustdag morgen (een zondag) wil iedereen zijn was gedaan hebben en dat geeft komische situaties bij de dichtstbijzijnde wasserij. We eindigen ermee dat we van 8 man de boel bij elkaar gooien om het nog op tijd (voor 8 uur 's avonds) gedaan te krijgen. Ben benieuwd hoe dat gaat aflopen.

vrijdag 27 augustus 2010

Pacasmayo - Huanchaco en Huanchaco - Chavimochi camp en Chavimochi camp - bushcamp II

Bushcamp 26-08-2010
Inmiddels ons tweede bushcamp achter elkaar. Gelukkig konden we ons vandaag in de rivier wassen, want gisteren was het, gepland, behelpen met een bidon waswater. Dus zit ik hier verfrist mijn dagboekje bij te werken.

23-08-2010 Campasmayo- Huanchaco
Vanochtend dus maar niet meer op de fiets vertrokken. Ik gun mijn billetjes rust tot en met de rustdag morgen. Dus de burgerkleding aan en de fietsspullen in de tas. Het doorbreken van de routine zal later nog desastreuze gevolgen blijken te hebben. Rit is niet spectaculair: de kust van Peru is grotendeels woestijnachtig en dus zien we de weg door een enorme zandvlakte recht voor ons uit liggen. Eindeloos. Niet zo geweldig om te fietsen. We zetten de lunch op vlak voor de als gevaarlijk bekend staande plaats Paijan, onder intensief politietoezicht. Trouwens, hier in Peru worden we zeer intensief door de politie gevolgd/begeleid. Steeds worden de aantallen fietsers gevraagd en genoteerd en om de 10 km staat wel weer een politieauto. Aangezien er in groep wordt gereden is de lunch druk, met iedereen tegelijk ter plekke. Men vertrekt in een snelle en een minder snelle groep. In Paijan zelf is verder niks te zien. Huanchaco blijkt een leuke kustplaats (voorstad van Trujillo) te zijn, maar het is nog winter dus de surfers zijn er nog niet. Leuk hotel met mogelijkheid tot kamperen.

24-08-2010 Huanchaco rustdag
Gisteravond had ik de schrik van mijn leven. Realiseerde me dat ik mijn fietsschoenen nog nergens gezien had. Nadere inspectie van de bagage leverde twee vermiste schoenen op: in Pacasmayo in het hotel laten staan. Vanorgen direct gebeld, maar tot 4 keer toe wordt er gezegd dat ze niet gevonden zijn. Loopt nu dus een Peruaan in Pacasmayo wat ongemakkelijk op een paar Sidi's rond. Ik heb uiteraard gigantisch de pest in, maar gelukkig heeft een mededeelnemer een paar reserveschoenen voor me te leen, die me passen.
Gisteravond zijn twee nieuwe deelnemers gearriveerd, dus vandaag help ik eerst Rigo een van de dozen te verbouwen voor zijn fiets. Als dat bijna klaar is arriveerd de derde nieuwe die een veel lichtere doos blijkt te hebben. Al het werk voor niks, dus weer overgepakt. Kilometertje duckttape er omheen en dan kan het weer verzonden worden. 's Middags zijn we uitgenodigd door Lucho Ramirez van het in heel Zuid Amerika bekende Casa de Cyclistas voor een salsaparty. We gaan er met bijna de gehele groep heen, maar de party blijkt een beetje een teleurstelling. Wel even met Lucho gesproken en van hem 2 nieuwe fietsbroeken kunnen kopen, die me beter lijken dan de De Jong en Laan broeken, die me niet lekker zitten en m.i. de oorzaak zijn van mijn derriere problematiek. 's Avonds met de colectivo (bus) naar huis. Nooit geweten dat er zoveel mensen in een aftandse bus passen.

25-08-2010 Huanchaco-Chawimochi
Lekker makkelijk dagje. Maar wel heel verdrietig, want ik moest afscheid nemen van een maatje. Rigo, nog bedankt voor je steun. Onder politiebegeleiding ging het richting Trujillo en verder. De dikke motoragent, met een helmpje, waarvan ik me afvroeg hoe hij hem op zijn hoofd had gekregen, reed me zo ongeveer van de weg af. Lucho Ramirez van het Casa de Cyclistas uit Trujillo reed tot de lunch met ons mee. Leuk. Na de lunch met Gerard en Jurgen doorgereden. Na een enorm lange rechte asfaltweg, ging het linksaf een grote onverharde weg in. Mijn billetjes protesteerden niet al te hard en zolang ik pijn in mijn derriere heb, houdt mijn rug zich kennelijk rustig. Na een kilometer of twintig door een dor, bruin landschap met steeds hoger wordende bergen, kwam de campplaats in zicht. Mooi vlak stuk met een mooi uitzicht op de hele vallei. Die is onderdeel van een groot overheidsproject van irrigatie en hydroelectriciteit, voor zover ik begrijp. Tentje opzetten in de stevige wind, soep eten, wassen met dat bidonnetje water, anderen helpen met de tent (er zijn deelnemers die voor het eerst kamperen) en eten. Het wordt gauw donker en het werd direkt koud. Gevolg is dat iedereen om 8 uur in zijn tentje ligt. Ik sliep snel in, maar was om 12 uur klaarwakker. Het was ook bijna licht (volle maan) dus ik dacht dat ik er al ongeveer uit moest. Gelukkig weer snel ingeslapen, want de volgende dag was het begin van het onverharde gedeelte van de tocht.

26-08-2010 Chavimochi – bushcamp
Vanmorgen door de wekker gewekt in mijn tentje. Boeltje aan de kant en ontbijten. Moest me een beetje haasten, want ik was gisteren vergeten om nieuwe cleats onder mijn geleende schoenen te zetten. Trouwens nog vergeten te vermelden dat ik drie dagen geleden, als gevolg van de afwijking van de normale routine van de dagelijkse etappe, mij wielerschoenen in het hotel in Pacasmayo heb laten staan. Leiden in last, maar het hotel beweerde desgevraagd bij hoog en bij laag dat ze niet gevonden waren. Gelukkig kon “english” Bob me helpen met zijn reserveschoenen. Maar gisteren kwam ik bij het inslaan van de onverharde weg niet uit mijn pedalen komen en lag ik dus gestrekt in het zand. Dus vandaag dat probleem oplossen met nieuwe schoenplaatjes.
Na het ontbijt dus 80 km onverhard voor de kiezen met zo'n 800 hoogtemeters. Het ging uit het vertrek direkt hard. Beentjes voelden goed en mijn billetjes ook, ondanks dat ik daar vannacht nog een hard hoofd in had. Eerste stuk was niet veel te zien, dus gas geven. Beetje te veel want ik moest later wel wat minderen. Later kwamen we langs de rivier te rijden die we de verdere dag stroomopwaarts zouden volgen. De ontwikkeling van breed dal tot steeds nauwere kloof was mooi om waar te nemen, tussen het geconcentreerd over de hobbelige stenige weg rijden door. Kost best veel kracht, maar gelukkig kon ik het vandaag weer redelijk goed aan. Alle korte klimmetjes staande naar boven, waardoor je groter en dus sneller rijdt. Nevenvoordelen van ontzien van rug en achterwerk, mooi meegenomen. na de lunch werd het landschap nog ruiger en de weg slechter. De eerste onverlichte tunneltjes doken op, maar met Rigo's schijnwerper was dat niet een echt probleem. De mijne staat op de fiets van Susana. Op een goed moment gaat het gehobbel uiteraard vervelen en ga je uitkijken naar het eind van de etappe. Het terrein werd nog slechter en dan kost het wel veel inzet om door te kunnen rijden. Maar vlak voor de kampplaats vonden we nog een lokale kroeg, waar het bier, hoewel niet koud, goed smaakte. Gevolg, als een balletje de tent opgezet, kostte wel twee keer meer tijd dan normaal.

dinsdag 24 augustus 2010

Motupe - Lambayeque en Lambayeque – Pacasmayo

Paijan 23-08-2010
Op de lunchplaats vlak voor de gevaarlijke plaats Paijan zit ik mijn blog bij te werken. Sinds gisteren zit ik niet meer op de fiets maar in de truck. Niet mijn rug, maar mijn billetjes hebben het opgegeven. Beide kanten beetje open, dus zitten op het zadel werd wat moeilijk. Niet luek op zijn zachtst gezegd, maar ik hoop met deze twee dagen en een rustdag dat de zaak weer bruikbaar is. Wat daar aan vooraf ging:

21-08-2010 Motupe - Lambayeque
Korte etappe na een ultra korte nachtrust. 's Morgens je spullen organiseren en de tent opbreken valt zo'n eerste bushcamp nog niet mee. Eenmaal op de fiets kan ik al moeilijk zitten. Billetjes willen niet erg meewerken en ben bang dat de zaak gaat ontsteken. We zijn nu echt in de kustvlakte, dus is het een vlakke etappe. Om de zaak een beetje op te vrolijken bemoeien we ons dus maar eens met de competitie: een van de echte wedstrijdrijders heeft de kracht van Rigo gezien en komt hem, achter mijn rug, vragen om mee te demarreren. Rigo is nmog wel ni9et helemaal warm gedraaid, maar doet mee. Ik hou onze nederlandse wedstrijdrijder Erik voor dat hij zijn belgische concurenten het gat moet laten dichtrijden en als dat gebeurd en hij niet mee is, doe ik het zelf. De groep blijft vervolgens te groot, ondanks dat het nu vrij hard gaat. Het tempo wordt door Rigo en de wedstrijdrijders hoger opgevoerd en als het een tijdje boven de 40 km komt te liggen moet ik er als laatste ook af. Ik kijk om en ik ben alleen komen te zitten. Ik denk dat ze daarvoor wel stil zullen vallen en rijd door. Helaas gebeurd dat niet en rijd ik de volgende dertig kilometer tot de rust alleen. Gaat wel lekker, maar omdat de wind ook steeds harder wordt, zakt mijn tempo geleidelijk steeds verder weg. Gelukkig is de omgeving niet boeiend. Veel verkeer inmiddels en ook veel dorpen met heel veel verkeersdrempels. Niet leuk voor een pijnlijk achterwerk gezeten op een smal zadeltje!
Na de lunch is het nog maar 20 km en rijdt ik die met Rob, onze britse brompot de rest van de etappe uit. We zijn voor 12 uur in het hotel, een leuk Ecoresort. 's Middags gaan we met een hele groep naar het museum van de graftombes van de Rey de Sipan, een vondst van ongelovelijke omvang en rijkdom van een vorstengraf uit de Moche beschaving (0-800 NC) in de omgeving van Lambayeque. Ik ( en velen met mij, vrees ik) wist niks van deze beschaving af, maar het was al een zeer hoogstaande cultuur en vergaand georganiseerd. Een erg belangrijke vondst, omdat het graf geheel compleet was en niet deels leeggeroofd. Mooi, maar zoals altijd wordt ik na een tijdje wel erg moe, niet in het minst van het proberen de spaanse tekten bij alle voorwerpen te begrijpen.
's Nachts heeft Rigo nog een keertje ruzie met een vis die de verkeerde kant op wil zwemmen.

22-08-2010 Lambayeque – Campasmayo
Na 5 km rijden geef ik het op; ik heb nog geen seconde een positie gevonden waarop ik kan blijven zitten. Verstandig zijn anders is de tocht over. Ik weet dat de lunchtruck nog achter ons zit, dus ik stop. Fiets bovenop de truck en instappen maar. Iedereen vraagt me bij de lunch wat er aan de hand is en biedt allerlei advies en hulp. Eerst maar eens genezen. Verder geen echt interessant landschap: enorme zandwoestenij zover het oog reikt, tot aan de zee. Niet leuk en niet makkelijk om te fietsen, lijkt me.
We logeren ś avonds in een leuk hotel aan de Malécon. De Pacific! Lekker ouderwets badplaats sfeertje, met dienovereenkomstige prijzen, overigens.

zaterdag 21 augustus 2010

Loja - Catacocha en Catacocha - Macara

Catacocha, 17-08-2010
De rustdag was ook precies dat: rust! M.a.w. zeer weinig uitgevoerd. Uitslapen (een van de langste nachten in jaren voor mij), ontbijten, koffie drinken, lunchen, weer een beetje slapen (“de tour wordt gewonnen in bed), eten en weer slapen.

Vandaag was andere koek: van Loja naar Catacocha met twee majeure beklimmingen en 2200 hoogtemeters op 95 km. Prachtig weer al bij het vertrek en meteen omhoog de stad uit. Ik had, na een half doorwaakte nacht omdat mijn rug ineens opspleelde, verassend goede benen en bevond me in de eerste klim zowaar op de plaats waar ik mezelf eigenlijk wil zien; in de buurt van de eersten. We reden de oude Panam en al klimmend konden we stad kleiner zien worden, tot we om de berg heen waren en zich nieuwe magnifieke vergezichten ontplooiden. Rigo was, geheel opgeknapt na de rustdag, met de eersten mee, maar reed halverwege de klim lek en ik trof hem zittend in de berm aan, rustig een bandje plakkend. De weg was redelijk slecht met stukken waar het asfalt inmiddels verdwenen was en stukken met veel potholes. Klimmend valt dat wel te doen: je rijdt gewoon om de gaten heen, dalend is dat een ander verhaal. Het vereist opperste concentratie om met een vaartje van 40 km per uur of meer alle gaten te vermijden. We kregen in de afdaling een prachtig uitzicht op het volgende dal, dat vrij breed en groen was en zagen van verre de aansluiting op de nieuwe Panam al, die zich draaiend en kerend het dal instort. Was weer een prachtige afdaling! We moesten naar de overkant van het dal waar het, u raadt het al, weer omhoog ging. Halverwege deze klim was de lunch gepland, maar de vlag en de truck kwamen maar niet in beeld. Eindelijk, gelukkig op een schaduwrijke plaats, want het was inmiddels behoorlijk warm geworden. Ik vertrok weer na een half uurtje met Michiel en Rob en gaf nog steeds het tempo aan. Terwijl het dal acher ons steeds verder wegzakte, kwamen er weer de meest schitterende vergezichten voor in de plaats. Door het prachtige weer, strak blauwe lucht met schapenwolkjes, kon je overal de bergruggen achter elkaar zien liggen. En toen begon mijn rug weer aan te geven dat hij het eigenlijk wel welletjes vond. Ik moest Rob en Michiel laten gaan en toen begon het tot nu toe dagelijkse verschijnsle van bewustzijnsvernauwing: ritme vinden en houden en de witte lijn rechts van de weg volgen tot je weer van de fiets moet van de pijn. Ontspannen, beetje strekken en weer verder langs die witte lijn. Weg vergezichten; overleven en aankomen wordt het motto. Op het eidn van de klim haalt Rigo met in: die was veel langer blijven zitten bij de lunch, maar is weer helemaal hersteld. We rijden samen verder. Komen een auto tegen met de vermelding “Alaska-Argentina”; blijken twee Fransen te zijn die in Achorage een auto hebben gekocht en daarmee onderweg zijn naar Ushuaia. Tijdens het gesprek komt een pick-up van de plaatselijke overheid aanrijden en na wat heen en weer gepraat moeten er foto's worden gemaakt van ons, de fransen en de plaatselijke hotemetoot, waarschijnlijk voor de plaatselijke krant, maar dat kan ik hem niet vragen, omdat mijn bewustzinsvernauwing met kennelijk het spaanse woord voor krant heeft doen vergeten (diario). Verder gaat het weer over de inmiddels kwalitatief slechte Panam. Op en neer. Dan ergens de afslag naar Catacocha, dat gelukkig boven op een berg blijkt te liggen dus dat wordt weer, u raadt het al, klimmen. Inmiddels volledig uitgewoond worstel ik me omhoog en laat me uiteindelijk verleiden via een shortcut door het dorp naar het centrale plein te rijden. Dat betekent en heel steil klimmen (komt 22-28 toch nog van pas), een steile trap met de fiets op de nek beklimmen en daardoor 3 minuten voor Rigo bij het hotel aan te komen. Rigo balen, want die heeft al die tijd op de officiele route op me staan te wachten. Miscommunicatie. Ben blij dat ik er ben. Na de soep stap met fietskleren en al onder de douche, want die zijn geheel wit uitgeslagen van het zweet. Daarna een uurtje plat voor het eten. Another f´´´´´ day in paradise voorbij (vrij naar “Good Morning Vietnam”).

Macara 18-08-2010
En zo zitten we na 9 etappes ineens aan de Peruaanse grens. Het landschap is inmiddels aan veranderd van hele hoge groene bergen naar hele hoge bruine bergen. Het is hier veel droger, warmer en wij zitten nu op 500 meter. En dat is merkbaar, want het zweet loopt me bijna langs de rug, terwijl ik dit zit te tikken.
Vandaag was een beetje makkelijker dag dan gisteren, met minder klimwerk dus hoogtemeters. We rijden de hele dag door het zelfde dal, dat hier en daar een beetje kloofachtig is. 's Morgens gaat me dat goed af, wat ik niet verwachtte toen ik vanmorgen maar met moeite de trap naar de hotelkamer opkwam. Ik was echter zo slim geweest om vandaag wel een pijnstiller in te nemen, dus van mijn rug had ik in ieder geval vanmorgen geen last. Het voordeel van een etappeplaats boven op een heuvel is dat je de volgende dag met een afdaling start. Best een pittige, met veel gaten om te ontwijken. Daarna lekker op en neer door het dal langs de bergwand. Weg is redelijk, maar niet meer van de kwaliteit van eerder. Het is ook niet duidelijk meer of we nog op de Panam zitten. Maar de vergezichten blijven mooi en fietsen gaat lekker, dus “wie dut mie wat” Lunch was aan de rivier geplanned, dus dat was genieten. Daarna was er nog een langere klim te verhapstukken en toen werd die koperen ploert aan de hemel iets minder lekker. Op sommige stukken was geen wind en dan was het bloedverzengend heet. En vrijwel nergens bomen en dus geen schaduw. Rustig aan dus maar, ook al omdat de pijnstillers uitgewerkt raken. Na de klim nog een paar keer op en neer: erg hinderlijk, omdat het je steeds uit je rit me haalt en het gaf me daarom weer mijn dagelijkse “waar ben ik mee bezig momentje”. Toen ik dat tegen Rigo zei en er aan toevoegde dat ik daar 'avonds wel weer anders over zou denken, verslikte hij zich zowat in zijn slok water, van het lachen. Eindelijk bereikten we de beloofde afdaling die ons naar 500 meter omlaag en naar het hotel bracht; uiteraard weer veel te kort. Hotel is basic maar niet slecht. Iedereen gaat banden wisselen, want we hebben morgen een stuk van 25 km onverharde weg. De rest van de route voor de komende dagen is verhard, dus is daar m.i geen aanleiding toe. Wij gaan eten met Gerard en Gerrit, erg lokaal, daartoe gewezen door onze Colombiaanse chauffeur David, waar ik door mijn spaans inmiddels een speciale ban mee opgebouwd heb. Morgen makkelijke dag, geloof ik. Oh ja, gieren gezien en rode en bruine vogeltjes, de zuid-amerikaanse versie van de Boabab boom in bloei gezien en een grote roofvogel (arend-achtig) die vlak boven onze hoofden vloog en een schijnaanval op mijn helm leek uit te voeren.

maandag 16 augustus 2010

Cuenca - Ona en Ona - Loja

14-08-2010 Cuenca – Oňa
Met 1800 hoogtemeters zou dit een van de twee zeer zware klimdagen worden en het begon al goed met motregen bij de start. Eigenlijk waren er maar twee lange klimmen vandaag, maar de eerste was wel van 2200 meter naar 3500 meter. Halverwege de klim, die op zich aardig liep, begon het steeds meer te regenen en reden we in de regenwolken. En koud dat het was! Boven kreeg ik mijn nieuwe, dure regenjack (op het laatste moment nog gekocht) bijna niet meer dicht, zo koud waren mijn handen. En dan nog een afdaling van tich kilometers in die omstandigheden. Om een lang verhaal kort te maken: bij de lunchstop beneden was de situatie een beetje als in een veldhospitaal midden op het slagveld: tot op het bot verkleumde mensen in de regen die niet meer konden ophouden met bibberen. Ik had niet door hoe koud ik wel was tot ik van de fiets geholpen werd. Nog weer warm worden was er niet bij, alles was nat! Pas toen Rigo ook was aangekomen, die was achtergebleven om iemand te helpen met het repareren van een lekke band, en die ook niet meer leek bij te komen, geloofde ik dat ik me niet liep aan te stellen. Hij is altijd ons voorbeeld van onverzettelijkheid en onverwoestbaarheid. Gezamenlijk besloten we, dat als er plaats was, we met de truck verder zouden rijden, zo koud hadden we het. Uiteindelijk bleek dat niet mogelijk en hebben we met de laatste groep overlevenden de etappe in rustig tempo uitgereden. Gelukkig was het weer aan de andere kant van de betreffende berg langzaam opgeknapt. Pas halverwege de lange slotklim had ik weer de indruk dat ik enigzins warm werd. In Oňa sliepen we deze nacht in een vij primitief logement. Gelukkig konden we, met wat behelpen douchen. Rigo voelde zich niet echt lekker en ging al niet mee eten in het beroemde restaurant van vier ongetrouwde zussen van in de 80. Hoewel ook de president van Ecuador daar heeft gegeten, is het niet meer dan de veranda van een oud koloniaal calvalje van een huis in het dorp en wordt de maaltijd daar ook in de open lucht klaargemaakt. Veel was het niet en ook niet bijzonder, maar wel een belevenis. De dames waren overigens heel aardig en voorkomend.
De ziekenboeg was inmiddels vol aan het lopen met patienten met maag- en/of darmklachten, waaronder Rigo. We sliepen met vieren op een kamer en hebben dus niet zo veel geslapen. Gelukkig dat ik mijn donsje in mijn hotelbagage heb, want in de loop van de nacht had ik eindelijk het gevoel dat ik weer volledig ddorgewarmd was.

15-08-2010 Oňa – Loja
De koninginnenrit van het Ecuadoriaanse deel van de Trail: 2 lange beklimmingen van 2300 naar dik oven de 3000 en één naar 2800 meter op een afstand van 110 km. Uit voorzorg deze keer maar een pijnstillertje geslikt om te proberen mijn onderrug in bedwang te houden en wat ontspannener te kunnen rijden. Hielp voor mijn gevoel niet veel, want op de eerste klim moest ik al snel mijn tempo matigen en om de 20 minuten van de fiets. Gelukkig beter weer dan gisteren! Hoewel bewolkt gelukkig geen regen en veel warmer. Sweating like a pig! Al weer geweldige landschappen en vergezichten! Op het laatst houd je maar op met foto's maken, want ze zijn allemaal zo mooi, nog afgezien dat je op een goed moment nauwelijks meer weet waar het ook al weer was. En overigens, klims van 10-12 km op deze hoogte leiden tot een zekere mate van bewustijnsvernauwing, waarbij je lange tijd niets anders ziet dan de witte lijn aan de zijkant van de weg, die je maar steeds omhoog moet blijven volgen. Gemeen in deze bergen is, dat als je denkt dat je boven bent, ze eerst nog een paar keer op en neer gaan met venijnige stukjes klimmen waar je tempo weer terugzakt naar bijna nul, voordat je eindelijk aan de echte afdaling mag beginnen. Sadisten! Die afdaling zijn echter zalig. Prachtige weg, breed en de bochten liggen zodanig dat je vrijwel niet hoeft te remmen. Heerlijk doorzoefen met snelheden van tegen de 60 km per uur en meer. Op dit traject ook niet veel verkeer. Echt een droom, die Panam (althans in dat opzicht).
We kruipen bergop, zoeven de berg weer af en de volgende en de volgende. De eerste met Michiel, Ruud, Geertjan en de tweede vrijwel alleen. In de klim van de derde samen met Peter en later met Wilbert en Susana. De groep valt steeds uit elkaar en ieder houdt zijn eigen tempo. Ik zak steeds verder terug. Niet onlogisch omdat ik vaak stop om mijn rug rust te gunnen. Even weer bedenken dat ik hier voor mijn plezier ben, even goed het prachtige landschap in me opnemen en me realiseren dat ik een deel van mijn droom aan het waarmaken ben. OK, we zijn er weer: volgende stukkie maar. Zo ben je de hele dag bezig. Na iets meer dan 7 uur op de fiets kom ik samen met Wilfred, Susana, Ian en Monica aan bij het hotel. Ik ben niet uitgewoond, maar de soep is welkom, net als het feit dat Rigo, die vandaag niet gefietst heeft, mijn loodzware hotelbagage al naar onze kamer heeft gebracht. Morgen rustdag: ik begrijp nu waarom.

vrijdag 13 augustus 2010

Chunchi-Ingaprica en Ingapirca-Cuenca





Incapirca, 11-08-2010
Heftig dagje vandaag. Chunchi ligt op 2200 meter en Incapirca op 3200, dus per saldo diende 1000 meter overbrugt te worden. En als je dan na elke klim een afdaling krijgt, heb je al gauw het gevoel niet efficiënt bezig te zijn. Maar ja, je hebt het niet voor het kiezen. Opvallend hoe je je gedrag aanpast aan de omstandigheden. In de bergen in Europa zou ik met gemiddeldes van 12,9 km per uur over een afstand van net 80 km, zeer sacherijnig worden, maar hier gaat het echt niet harder (niet vergeten dat je gemiddeld zo'n 1500 meter hoger bezig bent) en dan ben ik nog lang niet de traagste. Ik begin te merken dat ik geacclimatiseerd raak, want vandaag kwam ik voor het eerst niet uitgewoond op de bestmming aan en kon ik weer stukjes staand klimmen zonder direct volledig op apegapen te liggen (voor de leken onder ons: staand klimmen kost meer energie en dus zuurstof, maar je kunt door de werking van de zwaartekracht van je lichaamsgewicht een grotere versnelling rijden en dus harder gaan). Voor mij niet onbelangrijk, want het is minder belastend voor je rug. Gelukkig maar dat ik het op die manier weer een beetje kan gaan afwisselen, want ik stond op het punt om met pijnstillers te gaan werken.
Het landschap was weer indrukwekkend vandaag. En daarnaast zijn de mensen hier dat ook, met name door hun vriendelijkheid. Overal langs de weg, die gelukkig nog steeds niet druk was vandaag, indiaanse vrouwtjes en vooral kinderen die enthousiast reageren op onze “buenas dias¨. Vandaag ook een aantal foto's kunnen maken van kinderen langs de weg. Heel gevaarlijk om dat te zeggen, maar het zijn snoepjes om te zien. Ronde gezichtjes en van die zwarte kraaloogjes. En smerig, althans meestal. Hoewel je geen ondevoede mensen ziet is er nog wel veel armoede en wordt er wel gebedeld, hoewel niet zo erg veel.
Tweede deel van de rit betrok het weer en werd de weg ineens veel slechter. Om dat men er mee bezig is, waren behoorlijke stukken onverhard. Aangezien we dichter bij de grote stad Cuenca komen wordt het verkeer ook weer wat drukker en dat was dus stofhappen geblazen. Er blies ook nog eens een harde, koude wind van de bergen, dus was het veel minder aangenaam dan vanochtend. Ik ging wel steeds beter rijden. Het laatste stuk vanaf de Panamerican highway naar Incapirca, was steiler dan verwacht, maar ik ben allang over mijn trots heen en de 22 voor wordt dus lustig gebruikt en van 6 km per uur rijden lig ik niet meer wakker. Boven was het steenkoud (+/- 11 graden) en bleek de campsite wegens wegwerkzaamheden niet bereikbaar voor de trucks en ging het bushcamp daarom niet door; men had in twee hostals bedden weten te regelen. Dus kamperen we nu in een wel zeer eenvoudige omgeving met bijna geen standaard voorzieningen. En het is koud, ook binnen. Gelukkig zit mijn slaapzak in mijn hotelbagage en lig ik nu dus, lekker warm in mijn donsje, dit epistel te tikken.
Het bezoek aan de grootste Incaruïne van Ecuador, uiteraard een must en waar we nu zo'n 500 meter vandaan bivakkeren, was leuk, maar niet echt indrukwekkend.

Cuenca, vrijdag 13 augustus 2010
Gisteren weer om 8 uur vertrokken uit Incapirca. Had ondanks de kou in het onverwarmde hostal (10 graden) goed geslapen op het vreemde hobbelige bed, omdat ik mijn slaapzak in mijn hoteltas heb en die heb gebruikt. Lekker warm! Rigo en ik startten weer, zoals een gewoonte begint te worden, bijna als laatsten. Het was koud en we moesten uiteraard direct omhoog. Viel wel wat tegen, maar ik liep toch al gauw een aantal voor ons gestarten in. Op papier leek de etappe mee, eerst 600 meter klimmen naar 3500 meter en de rest van de etappe, zo'n 50 km om te zakken naar het op 2200 meter gelegen Cuenca. Laag, denk je dan, maar de meeste cols die wij in Europa rijden komen niet aan die hoogte. Klimmen ging goed, maar het was koud en winderig. Aangezien er aan de Panam gewerkt werd, was er aan onze kant een betonnen rijstrook en aan de tegenliggerskant een lager gelegen asfaltrijstrook. De betonbaan eindigde aan de rechterkant zo'n 30 cm boven de ondergrond en was recht en de wapening stak eruit. Langskomende vrachtauto's en bussen lieten net een meterje ruimte aan de rechterkant en op een goed, Bleef rechtop, maaar je schrikte je mottig! Boven op 3500 meter zo'n half uur op Rigo gewacht. Dat was koud! het werd beloond met een duizelingwekkende afdaling met Rigo en Rob tot aan de lunch. Landschappelijk was het een wat saaie dag, maar dat komt denk ik omdat we inmiddels verwend zijn geraakt aan de meest mooie vergezichten. Rigo en ik vermaakten ons de rest van de weg met het scoren van oude autoś, wat culimineerde in een prachtig gerestaureerde Buick uit 1937, die ons tot stoppen noopte en uiteraard uitgebreid gefotografeerd moest worden. Het vinden van het hotel in Cuenca was weer een avontuur apart. Uiteindelijk bleken we bij navraag bij een snackstalletje zeer dicht bij ons doel te zijn en probeerde de eigenaresse van het stalletje ons nog een aardige poot uit te draaien met haar koopwaar.
's Avonds met de helft van de groep uit eten en daarna met het grootste deel naar een salsadisco, waar ik voor het eerst in jaren weer eens echt salsa en meringue kon dansen, tot verbazing van velen. Kon geen kwaad want de volgende dag was onze eerste rustdag.

dinsdag 10 augustus 2010

Guamote - Chunchi




Chunchi 10-08-2010
Gisteravond voor het eten even door het dorp gelopen. Even langs het niet meer in gebruik zijnde station, dat overigens pas opgeknapt leek. De rails leek mij echter niet in gebruik. We zitten hier hoog op 3000 meter en een beetje, volgens het bord op het station. Iedereen in dit dorp is Indiaans en de meeste lopen in de traditonele kleding met poncho's, omslagdoeken en uiteraard de vrouwen allemaal met het bekende hoedje. Heel veel sprekende kleuren en vooral helder rood. Men gelooft dat dat de slechte geesten afschrikt. Veel kleine winkeltjes en bedrijfjes. Rigo ziet een zadelmakerswerkplaats en ik loop naar binnen. Maak fotoś voor broer Han en praat eventjes met de eigenaar.
Ernaast ontdekken we een naaister, waar Rigo even later zijn korte broek en ik een van mijn koersbroeken laat repareren, binnen een kwartier voor $ 2. Het eten in ons logement wordt klaargemaakr door lokale vrouwen en ik eet dus voor de tweede dag arroz con pollo (rijst met kip). Het centrum wordt gemanaged door een Nederlander. Ik kom er niet goed achter wat of hoe, maar begrijp dat het gebruikt wordt als uitvalbasis voor vrijwilligersprojecten t.b.v. de lokale bevolking.
Hoe zuidelijker we in Ecuador komen hoe mooier het lijkt te worden. Vandaag was het landschap nog mooier dan gisteren. Voor mij een beetje speciale dag, want we komen langs Alausi, waar ik 21 jaar geleden op de trein naar Duran stapte en via de beroemde switch-back en bijna 360 graden loop naar Duran afzakte. De trein, oorspronkelijk van Quito, via Rio Bamba de verbinding met de havenstad Quayaquil en in het eind van de 19e eeuw door amerikanen aangelegd, rijdt niet meer. Met Rigo zijn we de stad zelf ingereden en hebben het station bezocht. Dat was ook het enige wat ik herkende en ik zie mezelf daar nog om 6 uur 's morgens zitten wachten om een kaartje te kunnen bemachtigen. Het station zag er verder nog goed onderhouden uit, maar van een trein geen spoor. Van een paar mannen die er aan het werk waren vernam ik dat men bezig is met de rehabilitatie van het spoor, dat op meerdere plaatsen, zoals al vaker in het verleden, door aardverschuivingen is beschadigd. Men hoopt in december weer te gaan rijden. Vanavond kwamen we bij de bakker een affiche tegen, waarop het project werd aangekondigd t.b.v. de bevordering van het toerisme en de plaatselijke economie.
De dag verliep verder vrijwel perfekt. Opnieuw laat en achteraan gestart en veel gestopt om foto's te maken. Het landschap is zo wijds en overweldigend dat je soms niet meer weet wat je wel en niet moet fotograferen. We klimmen en dalen steeds rond de 3000 meter. De weg is van een fantastische kwaliteit, wat vooral het dalen tot een feest maakt. Maximum snelheid vandaag 83 km/uur! Het is nu aanmerkelijk minder druk dan op het traject tussen Quito en Rio Bamba. Hoewel we door het dorp El Nariz del Diablo ( de neus van de duivel) komen, waar in de buurt die hiervoor genoemde switch-back moet zijn, kan ik in het landschap het spoor niet ontdekken. Op sommige stukken is de wind zo hevig dat je dalend met hard trappen nog niet boven de 25 km per uur uitkomt. In Chunchi blijken we in het hotel een kamer op de 4e verdieping te hebben. Dat doet pijn, al die trappen na een dag klimmen.

Rio Bamba - Quamote


Quamote 09-08-2010
Vandaag lekker korte etappe dus uitslapen tot 7 uur. Korte afstand van 52 km. Lekker rustig gereden en met Rigo vrijwel achteraan gebleven. Prachtig hoogland, steeds tussen de 2500 en 3000 meter. Prima zo. Chimborazo (de berg die het verst van het midden van de aarde afligt, maar slechts 6310 meter boven zeeniveau ligt) was op sommige momenten redelijk goed zichtbaar, maar hield zijn top in de wolken. Enorm genoten. Zitten nu in een vrijwel geheel indiaans dorp in een soort jeugdherberg.

Latacunga - Rio Bamba



Rio Bamba 08-08-2010
Hoe een relatief eenvoudige etappe; volg de Pan American van Latacunga naar Rio Bamba, in een avontuur veranderde. Het begon gewoon. Inpakken, ontbijten en wegwezen. Het eerste stuk heerlijk omlaag doortrappen. Goed voor de beentjes. De eerste klimmetjes gingen ook redelijk, als ik maar goed doseer, kan ik het redelijk aan. Op gegeven moment blijven we in de omgeving van Ambato met vier man bij elkaar. Daar is het opletten geblazen met de afslagen. Wij doen alles goed, behalve de laatste. Pas 25 km verder rijden we om een kleine stad heen en zegt Rigo, na 5 km afdalen, dat hij het gevoel heeft dat we niet goed zitten. Lijkt te kloppen, dus keren we om, die 5 km weer omhoog naar het plaats die niet Ambato blijkt te zijn maar Pelileo. En dan weten dat klimmen vanaf 2500 meter toch anders voelt dan wanneer je op 500 meter begint. Bijna boven worden we ingehaald door een pick-up met daarin onze twee metgezellen die we al een tijdje kwijt waren en die kennelijk dezelfde fout hadden gemaakt. Alleen waren zij slimmer door naar boven te liften. Gezamenlijk het meegekregen kaartje geraadpleegrd en geconcludeerd dat het ook mogelijk moet zijn om via de andere kant naar Rio Bamba te komen. Dus de plaatselijke bakker geplunderd voor proviand en raad gevraagd. De route blijkt begaanbaar voor fietsers, maar niet voor auto's vanwege aardverschuivingen. Aha, avontuur en daar kwamen we voor. Dus wij flitsen opnieuw dezelfde weg naar beneden en nu helemaal. Om daar vervolgens te ontdekken dat we weer een afslag hebben gemist en weer een deel terug naar boven moeten. We vinden de afslag nu wel en beginnen, na raadpleging van de lokale bevolking, vol goede moed aan de onverharde beklimming. Poeh, nu heb ik zelf mijn allerkleinste verzet nodig en dat dacht ik nogwel ongebruikt te kunnen laten. Na 500 m raadplegen we de bestuurder van een langskomende pick-up, die het over 5 aardveschuivngen heeft en dat die alleen lopend te overbruggen zijn, Fiets aan de hand is al niet te doen. Afijn, we keren terug naar de hoofdweg, steken onze hand op, benauwd als we zijn voor nog een keer de klim terug naar Pelileo. De eerste de beste pick-up wil ons wel meenemen naar Pelileo en hup, we gooien de fietsen erin en klimmen achter in de bak. Op naar Pelileo. Als we daar willen afladen, blijkt de goede man naar Rio Bamba te gaan en gauw wordt de al uitgeladen fiets weer ingeladen. In plaats van terug naar Ambato te moeten klimmen en vervolgens van daaruit over 3500 meter heen nog 40 km naar Rio Bamba te moeten fietsen, rijden we nu achterop de pick-up. Die rijdt helemaal binnendoor over kleine maar mooie weggetjes. Comfortabel is het niet, zo met je gat op de metalen laadvloer, hotsebotsend en vooral koud als we in de miezerregen over een 3600 meter hoge bergrug trekken. Wel mooi, vooral het landschap, en een heel avontuur. In Rio Bamba worden we niet ver van ons hotel gedropped en de stijve ledenmaten en lichaamsdelen weer even een heel klein beetje versoepeld tijdens het resterende ritje naar het hotel.

zaterdag 7 augustus 2010

Quito-Latacunga


Latacunga, 07-08-2010
Vandaag de eerste echte etappe. Mijn droom eindelijk, deels, werkelijkheid. Ik rijd op mijn fiets een deel van de Pan American Highway! En, hoe dat voelt? Nou, om heel eerlijk te zijn valt het niet mee. Het uitzicht op Quito is mooi, als we daar eenmaal uitgeklommen zijn. Het landschap is, eenmaal uit de stedelijke aglomeratie, ook mooi: een soort parklandschap in de groenbegroeide bergen. Maar het weer zit niet mee. Grotendeels bewolkt en 'smiddags regent het licht.
De highway zelf is, logisch eigenlijk, een vierbaansweg en sterk verbeterd ten opzichte van mijn herinnering van 20 jaar geleden. Het verkeer is druk en raast de hele dag langs. Op den duur is dat hinderlijk. We klimmen fors, eerst tot zo'n 3200 meter, dan weer omlaag om vervolgens weer heel lang te klimmen tot net over de 4000 meter om vervolgens af te dalen naar Latacunga. 'Smorgens gaat het met mij redelijk goed, maar als we opnieuw bergop gaan, gaat het met mij bergaf. Ik kruk zo goed en zo kwaad de berg op, met Rigo trouw in mijn wiel. Om elke bocht denk je dat het nu wel de top zal zijn, maar het blijft maar gaan. En omdat we heel langzaam gaan, duurt het eeuwig. Door de bewolking zien we vrijwel niks van de vulkanen langs de rourte, zoals de Cotopaxi.
De lange afdaling naar Latacunga, geeft Rigo gas en ik herstel een beetje in zijn wiel.
In Lataunga is het markt en druk. Leuk, we maken er, na het douchen in het best luxe hotel, nog even nog even een ommetje over.

De officiele start


Quito, vrijdag 06-08-2010
We zijn eindelijk officieel gestart! Vandaag met de hele grope vanuit het hotel door de stad naar het monument op de evenaar gereden. Opvallend hoe verdraagzaam men hier in het toch hectische verkeer is. De groep, toch zo'n 30 fietsers, werd overal redelijk gemakkelijk voorrang verleend. Geen obscene gebaren overmatig agressief getoeter. Tempo was laag en tijd genoeg om om je heen te kijken, hoewel er in de stad en de buitenwijken niet zo gek veel te zien is.
Bij het monument, dat volgens de GPS metingen overigens niet precies op de evenaar ligt, kregen we een rondleiding door het museum, dat geweid is aan de diverse bevolkingsgroepen van het land en een paar toespraken van de lokale overheid en toeristen organisatie en mocht de directeur van het museum, door het lekpompen van een binnenband het startschot voor de officiele tocht geven. Aangezien de heenweg vrijwel geheel daalde was het de terugweg klimmen geblazen. Dan valt de groep heleaal uit elkaar vanwege de grote verschillen in klimmerscapaciteiten. Het blijft voorlopig goed merkbaar dat je hier al op bijna 3000 meter zit: de ademhaling gaat niet helemaal vanzelf. Eenmaal weer in de stad valt de enorme vervuiling door het verkeer op, vooral door de enorme roetwolken die de veelal oude bussen en vrachtwagens uitbraken. Wat mij opvalt is dat in vergelijking met 20 jaar geleden, toen ik hier voor het eerst was, de oude amerikaanse, maar zeer lokaal versierde, schoolbussen zijn vervangen door nieuwere van japanse of braziliaanse makelij, saai want onversierd.

tweede dag in Quito

Quito, donderdag 05-08-2010
Na een goede nachtrust vandaag opnieuw op de fiets de stad in op zoek naar postzegels voor Rigo's fietszegelverzameling. Eerst naar het oude centrum, waar het hoofdpostkantoor hoorde te zitten. Toen we dat niet konden vinden , werden we er bij de Tourist Information door een beambte in generaalsuniform (lang leve
zuid-amerika) naar toe gedirigeerd. Maar helaas bleek het inmiddels verhuisd. Een aardige dame verwees ons naar een ander kantoor aan de andere kant van de stad, waar wij ons, met gevaar voor eigen leven en de roetwolken van de autobussen trotserend, spoorslags naar toe spoeden. Weet overigens dat Quito als openbaar vervoer over een trolleybus netwerk beschikt en als Arnhemmer voel je je dan direct thuis.
Ter bestemde plekke aangekomen, wat vrijwel vanzelfsprekend is met Rigo er bij, werden wij van het bekende kastje naar de bekende muur gestuurd om uiteindelijk bij de afdeling Filatelie van het ministerie van communicatie te belanden, waar men slechts over de zegels van 2010 beschikte en daar stonden geen fietsers op. Afijn, toch lekker bezig geweest.
Vanmiddag de eerste brieving gehad en ons handboek en wat dies meer zij ontvangen. Het gaat echt beginnen: morgen op en neer naar het evenaar monument, waar de officiele start zal worden gegeven.
Vanavond, onderweg naar onze avondmaaltijd, stuiten wij, weggestopt in een onduidelijk soort winkelcentrumpje, op een fietsenmakertje alias bikeevents orginasator, waar we een aantal aftandse klassieke racefietsen aantroffen, maar belangrijker, een Ecuatoriaan die net terug was uit Ushuaia, na daar in zeven maanden met vrienden naar toe te zijn gefietst. Hadden onderweg wat meer vertier gezocht dan wij daar de tijd voor hebben. Leuk, zulke ontmoetingen.

woensdag 4 augustus 2010

In Quito

Gezeten op mijn hotelbed werk ik mijn blog maar eens even bij. Gelukkig bleek het effect van de vertraging op de vlucht naar Madrid mee te vallen: de aansluiting op de vlucht naar Quito was nog makkelijk te halen. Madrid airport is wel heel groot, dus je loopt wel een half uurtje, nog afgezien van het gebruik van een speciale ondergrondse trein om van de ene teminal naar de tweede te komen. Uiteraard weer de nodige controles, maar verder neemt iedereen vrolijk zijn flesje water mee het vliegtuig in zonder dat iemand daar wat van zegt. Hoezo 0-tolerance en vliegen is zo veilig?
Vlucht verder rustig en ik heb het grootste deel slapend doorgebracht.
De luchthaven van Quito was drastisch veranderd sinds 20 jaar geleden, maar dat ben ik ook, als ik dat 'smorgens in de spiegel bekijk. Bagage was er wonder boven wonder snel en ook de fietsdoos verscheen zonder problemen en zo te zien ongeschonden. Alweer: zorgen voor niks. Immigracion geen probleem en shuttle naar hotel was snel gevonden en gelukkig kon medefietser Dirk, die ook in het vliegtuig bleek te zitten direct mee.
Hotel valt niet al te sterk tegen, al is de ranking op de normale schalen niet hoog. Uurtje slapen en daarna met vriend Rigo, die een dag eerder gearriveerd was, fiets in elkaar gezet. Blijk alleen shampoo en mijn voorlamp vergeten te zijn, dus dat valt nog mee. Lang leve alle lijstjes.
Probeer zoveel mogelijk hoogteziekte te vermijden, hoewel je wel merkt dat je op bijna 3000 meter zit. Veel drinken dus (+/- 4 ltr per dag) en rustig aan zo'n eerste dag.

Op weg

Zit op Schiphol te wachten om naar Madrid te vertrekken. Tot hier toe is alles redelijk goed verlopen. Inpakken van de fiets was wel een beetje een puzzel en het was spannend of hij zonder meer voor vervoer geaccepteerd zou worden, maar dat liep erg goed, met een vriendelijke meneer bij de Iberia balie. Minder leuk vond ik de marechausee die me bars toesprak dat ik mijn bagage niet alleen mocht laten, toen ik er op nog geen 5 meter vandaan op een stoel was neergestreken. Wat een wereld. Mijn vlucht begint al met 45 minuten vertraging zodat ik me alvast druk kan gaan maken over mijn connectie. Een half uurtje meer en ik mis mijn vlucht naar Quito. Een mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest.

zondag 25 juli 2010

Laatste training?


Zo, weekend weer nuttig besteed en het nuttige met het aangename verenigd. Afscheidsetentje bij mijn zus in Ter Apel maar aangegrepen voor een flinke trainingsrit om uit te zoeken of de uitrusting voldoet. Zal waarschijnlijk in de loop van deze week ineens besluiten dat het allemaal toch nog anders moet, mezelf kennende. Maar voorlopig is dit het team dat het moet doen in de Andes.

woensdag 21 juli 2010

Het is bijna zover


Nog even en dan stap ik op het vliegtuig naar Quito en kan op 6 augustus de tocht beginnen. Raar dat je daar al meer dan een half jaar mee bezig bent en dan op het laatst toch nog van alles moet regelen. Lijstje to do's lijkt wel steeds langer te worden in plaats van korter.


De chagerijn op de foto links ben ik, op een van mijn trainingstochten in het mooie Jonen (bij Giethoorn). Hopenlijk knap ik in Zuid Amerika nog en beetje op, hoewel ik dat betwijfel.



Vandaag mijn sponsorbrief eindelijk afgemaakt en dit blog geopend. Morgen mijn fiets halen en van het weekend proefpakken.