maandag 6 september 2010

Quivilla - Huanuco

La Oroya 05-09-2010
Stad waar een koper- en lood- en zinksmelterij zijn gevestigd en met de twijfelachtige eer een van de meest vervuilde steden van de wereld te zijn. Minder erg dan Cero de Pasco waar we gisteren overnachten, hoogste stad te wereld op 4270 meter en in mijn ogen ook de lelijkste. Maar verder met de avonturen van Dolfje in Lamaland

02-09-2010 Quivilla – Huanuco
Wat een loodzware opgave van 110 km onverharde weg en bijna 1300 hoogtemeters had moeten worden wordt gelukkig iets minder zwaar omdat de weg geheel verhard is in de afgelopen twee jaar. Ik dank god op mijn blote knietjes, want ik kneep hem als een oude dief: we moeten meer dan 40 km klimmen en mijn ervaringen in het Parque National maken me daar niet bepaald gerust op. Maar de weg blijkt fantastisch goed en het landschap, zoals gebruikelijk prachtig. Omdat ik teveel gegeten heb bij het ontbijt (en dat dus niet wil zakken) haak ik al snel af vooraan, maar ik vind een lekker ritme en klim gestaag. Ondanks dat iks 40 km een heel eind. Op eem bepaald moment hoor ik muziek. Het komt uit een van de tegen de bergwand geplakte dorpjes, maar het is nauwelijks te bepalen uit welk. Als we door een dorpje klimmen wordt ik bijna overvallen door de dorpelingen die een feest aan het vieren zijn. ik moet afstappen en meedoen. Mij eigen weet ik me daaraan te ontworstelen, maar collega's achter mij dansen er op los, hoor ik later. Verderop in het dorp is nog zo'n bandje aan het blazen en dansen dorpelingen in prachtige vergulde klederdracht. Nu stop ik wel om fotoĊ› te maken, maar helaas wordt me dat onmogelijk gemaakt door een aantal dronken mannen, die me de hand moeten schudden en allerlei onduidelijke verhalen hebben, Als ik me daaraan ontworsteld heb, is de groep net opgehouden en de dansers verdwenen. Later horen we dat het einde van de maand augustus wordt gevierd. Ik klim het dorp uit en vervolg de weg, wat ook niet anders kan want andere wegen zijn er niet. Als ik even rust komen uit de achtergrond weer anderen langs, die ik vervolgens weer inhaal. Het is opvallend hoe snel je behoorlijke verschillen krijgt bij het klimmen, maar anderzijds ook hoe klien die vaak bij de lunch nog blijken te zijn. De laatste 7 kilometer lijken niet om te willen. Steeds weer een bocht waarvan je denkt, nou zal ik wel boven zijn en dan blijken er nog weer drie achter te liggen, We rijden om een ronde uitstekende rots heen, die terecht de Corona de Inca (Inca kroon) heet. Het begint te miezeren en op deze hoogte (bijna 4000 m) is het dan koud. Op het hoogste punt heeft Didier de lunch ondergebracht in een lokaal indiaans winkeltje en is er koffie en thee. Gelukkig maar want het regent nu volop. En dan 60 km moeten dalen. Ik vertrek, na een droog ondershirt te hebben aangedaan, gehuld in mijn nieuwe dure regenjack dat nu dan toch eindelijk zijn nut bewijst. Samen met engelse Rob, dalen we zeer voorzichtig want het relatief nieuwe asfalt kan bij regen veradelijk glad zijn en tegenliggers kunnen best eng zijn op de vrij smalle weg. Op gegeven moment moeten we ons tegen de bergwand drukken om een grote vrachtwagen te laten passeren, meer ruimte is er niet. De weg loopt prachtig en als na een kilometer of 10 het dal zich verder opent naar de vallei van Huanuco, zie je de weg honderden meters onder je in grote bochten naar beneden zwieren. Hij blijft de gehele verder afdaling nat van de net gevallen regen, zodat ik niet op mijn gebruikelijke wijze door kan dalen, maar het is een schitterende afdaling. Gaande weg wordt het landschap groener, stijgt de temperatuur en de begroeing steeds dichter en tropischer. We zijn nu duidelijk aan de oostkant, de Amazone kant van de Andes terecht gekomen. Dat blijkt ook duidelijk als we in Huanuco bij het hotel aankomen, waar we op de parkeerplaats, waar de gebruikelijk soep voor ons klaarstaat, direkt lekgeprikt worden door hele kleine venijnige mugjes. Moe maar voldaan betrek ik, wat een luxe, mijn eenpersoonskamer.

1 opmerking: