Bushcamp Quivilla, 01-09-2010
Op mijn verjaardag in mijn tentje. Wel romatisch toch? De verjaarswensen begonnen al om 1 uur vanacht en bleven de hele nacht zo'n beetje doorgaan. Exen en collega's en wat familie. Na vertrek uit ons vorige kampje vanmorgen hield dat gauw op, want toen was er geen verbinding meer. Dat is hier in het binnenland van Peru wel eens een probleem, maar zonet was er kennelijk weer wat verbinding, zodat ik het droeve nieuws van het overlijden van Laurent Fignon en Jean Nelissen (De Neel) kon vernemen. Het leven, of liever de dood, gaat gewoon door, terwijl wij de ene fabelachtige dag na de andere beleven. Maar, terwijl ik me de vliegjes van het scherm mep, zoals gebruikelijk de chronolgische belevenissen van Dolfje in Lamaland.
30-08-2010 Huaraz – Parque National Huascaran
De rustdag verliep zoals hij moest, met veel rust en de was was gauw ui1tgezocht.
Als een van de laatsten, in ware Rigo-traditie, vertrok ik uit het hotel en besloot me deze dag aan te sluiten bij Michiel, die redelijk ziek was geweest en nu alleen dreigde te moeten rijden. Het werd tot de lunch een rustig dagje. Redelijke weg, zonnetje er bij en een rustig tempootje. Onderweg pikten we hier en daar wat van de gebruikelijke achterhoede op, Betrapten Nico en Ilse aan de 's ochtens kennelijk gemiste verse broodjes en klommen gestadig naar grotere hoogte. Bij de lunch waren we zowat de laatsten. Daarom niet minder rustig aan gedaan, het was per slot nog maar 10 km naar het eerste van de drie opeenvolgene bushcamps bij de ingang van het Parque National. Dat werden uiteindelijk nog wel spannende kilometers. Na helpen met opruimen, vertrokken we met Philippe en een aantal anderen. Dit traject was weer onverhard en liep hier en daar gemeen op. En mag Parijs-Roubaix dan bekend staan om de lukraak uit een vliegtuig neergekwakt lijkende kasseistroken; wat ze hier met dit soort wegen doen tart iedere beschrijving en was ook niet het beeld dat ik uit de folder had. Afijn, met een dreigende lucht die steeds verder dichttrok en het vooruitzicht op tenten opzetten in de regen (of sneeuw, want het kamp lag op 4200 meter hoogte), kropen wij naar boven. Ook ik had het op de steilere stroken niet al te makkelijk, ondanks dat ik het de hele dag rustig aan had gedaan. Maar we kamen er, hijg, hijg. O ja, het is hier 4200 meter hoog! Gauw tentje opzetten en alles aantrekken wat je kan aantrekken, want het zou zwaar kunnen vriezen, 's nachts op deze hoogte. Heel vroeg eten (4uur 's middags) en iedereen om 6 uur in de tent, want dan wordt het al donker en goed koud. Dankzij de dichtgetrokken hemel en de zo nu en dan vallende miezerregen werden de ergste voorspellingen gelukkig geen waartheid, maar warm is anders. En van 6 tot 6 in je slaapzak is ook niet alles. Ik had een deel van de nacht behoorlijk last met mijn ademhaling en sliep dus ook niet al te best. Wat moest dat wel niet worden de volgende dag, als we onverhard over 4800 meter zouden gaan?
31-08-2010 PN Huascaram – Hualanca
Zo'n beetje de koninginnerit van deze tocht. Door het Parque National Huascaram met op twee punten over de 4800 meter grens. Vanwege de kou was opstaan, eten en vertrek al een uur verlaat en het was inderdaad koud. Weliswaar geen ijsbloemen op de tenten, maar een wat ongure grijze dag met een temperatuur onder de 10 graden. Uit het vertrek moest er geklommen worden over 17 km en onverharde weg van 4200 meter naar de eerste pashoogte van 4800 en nog wat meters. En ik kan je verzekeren dat dat geen “walk in the park” is op die hoogte op dat soort onverharde wegen. Het onvergetelijke, woeste en wonderschone landschap vergoed een hoop, maar afgezien daarvan beschouw ik het als een uitdaging en niet als een leuk fietstochtje. Maar nogmaals het landschap: wat dacht je van op de hoogte van gletschers door onmeteljke komdalen rijden waar je in geen velden of wegen sporen van bewoning aantreft, afgezien van de sporadische herdershutten. Woest en leeg zijn deze bergen en hoog. Vijf- en zesduizenders om je heen waar je maar kijkt. Onvergelijkbaar veel grootster dan de Alpen of de Pyreneen. Maar je mot nog steeds wel blijven fietsen. En dat is voor krabbers zoals ik voorwaar geen sinecure. Hoe hoger en hoe verder je komt, hoe lastiger het wordt. Op laatst ben je zo druk bezig met, bij een snelheid van rond de 5 km per uur je zoveel mogelijk langs de puntige keien te worstelen en tegelijkertijd je adem te regelen, dat je nauwelijks tijd hebt om nog om je heen te kijken. Je geest is steeds meer bezig met “hoever nog” dan met het registreren van het natuurschoon. Je rustpauzes heb je nodig om op adem te komen en niet om nog precies met veel overleg te bekijken of en zo ja hoe je iets gaat fotograferen. En het is nog koud ook. Eindelijk is die pas daar en kun je gaan dalen. Gelukkig is de weg naar beneden marginaal beter dan die naar boven, maar ook dit vereist uiterste concentratie.
De lunchplek! Ook daar is het koud en als de crew je vervolgens wijst waar je ongeveer naar toe moet, zakt de moed je in de schoenen. Uitkijkend over een enorm keteldal met links de gletcher van een zesduizender is het zo ongeveer het uiterste topje van het eind van het dal aan de rechterkant. Kilometers ver. Dus gauw een broodje verorberen, bidons bijvullen en vort maar weer. Gerrit komt niet al te ver achter me aan. Eerst een stuk verder dalen en dan gaat het weer omhoog door de keien. De snelheid is er nu helemaal uit en ik moet om de tien minuten van de fiets om bij te komen. Ik loop dan maar een stukje. Ik wacht op Gerrit en gezamenlijk luchten we onze frustatie. Vort maar weer. Inmiddels op 22 x 28 en dan wordt het moeilijk om je evenwicht te bewaren bij een snelheid van nog geen 5 km per uur. Als we het gehele komdal doorgeworsteld zijn, denken we dat we om de hoek aan de afdaling kunnen beginnen. We lopen intussen al een kilometertje of wat. We zien de lunchtruck aankomen en overleggen; verdergaan of meerijden. Gerrit is aan het eind van zijn Latijn en we overreden hem in te stappen. Ik stap weer op maar mijn benen zijn ook helemaal leeg. Ik draai om en geef mijn fiets af aan Didier die nog boven op de truck de fiets van Gerrit staat vast te zetten. Verslagen door zo'n stomme berg!
Als we met de truck verder rijden besef ik dat ik een juiste keuze heb gemaakt: het is om de hoek nog een komdalletje verder knokken over de keien. Somber kijk ik naar de zich ontvouwende wergezichten, hotstebotsend in de truck. Ik moet mezelf er toe zetten niet ontzettend sacherijnig te worden.
's Avonds in het kamp tentje opzetten en eten. Ben best een beetje sacherijnig. Had meer van mezelf verwacht. 's Nachts in mijn tentje vat ik moeizaam de slaap, temeer omdat ik het scheef heb neergezet en ik dus constant naar beneden glij. Om rond half een begint het gedonder: “piep” zegt mijn telefoon: sms: gefeliciteerd met je verjaardag. Da's waar ook, bijna vergeten. In de volgende nachtelijke uren volgen dan nog ettelijke 'pieps”; men vergeet in Nederland gemakshalve het tijdsverschil maar. Maar het komt allemaal uit een goed hart, zullen we maar zeggen.
Respect voor jullie hoor! (ondanks het ritje met de bezemwagen!)
BeantwoordenVerwijderenGroeten van de volgers van Gerrit