Incapirca, 11-08-2010
Heftig dagje vandaag. Chunchi ligt op 2200 meter en Incapirca op 3200, dus per saldo diende 1000 meter overbrugt te worden. En als je dan na elke klim een afdaling krijgt, heb je al gauw het gevoel niet efficiënt bezig te zijn. Maar ja, je hebt het niet voor het kiezen. Opvallend hoe je je gedrag aanpast aan de omstandigheden. In de bergen in Europa zou ik met gemiddeldes van 12,9 km per uur over een afstand van net 80 km, zeer sacherijnig worden, maar hier gaat het echt niet harder (niet vergeten dat je gemiddeld zo'n 1500 meter hoger bezig bent) en dan ben ik nog lang niet de traagste. Ik begin te merken dat ik geacclimatiseerd raak, want vandaag kwam ik voor het eerst niet uitgewoond op de bestmming aan en kon ik weer stukjes staand klimmen zonder direct volledig op apegapen te liggen (voor de leken onder ons: staand klimmen kost meer energie en dus zuurstof, maar je kunt door de werking van de zwaartekracht van je lichaamsgewicht een grotere versnelling rijden en dus harder gaan). Voor mij niet onbelangrijk, want het is minder belastend voor je rug. Gelukkig maar dat ik het op die manier weer een beetje kan gaan afwisselen, want ik stond op het punt om met pijnstillers te gaan werken.
Het landschap was weer indrukwekkend vandaag. En daarnaast zijn de mensen hier dat ook, met name door hun vriendelijkheid. Overal langs de weg, die gelukkig nog steeds niet druk was vandaag, indiaanse vrouwtjes en vooral kinderen die enthousiast reageren op onze “buenas dias¨. Vandaag ook een aantal foto's kunnen maken van kinderen langs de weg. Heel gevaarlijk om dat te zeggen, maar het zijn snoepjes om te zien. Ronde gezichtjes en van die zwarte kraaloogjes. En smerig, althans meestal. Hoewel je geen ondevoede mensen ziet is er nog wel veel armoede en wordt er wel gebedeld, hoewel niet zo erg veel.
Tweede deel van de rit betrok het weer en werd de weg ineens veel slechter. Om dat men er mee bezig is, waren behoorlijke stukken onverhard. Aangezien we dichter bij de grote stad Cuenca komen wordt het verkeer ook weer wat drukker en dat was dus stofhappen geblazen. Er blies ook nog eens een harde, koude wind van de bergen, dus was het veel minder aangenaam dan vanochtend. Ik ging wel steeds beter rijden. Het laatste stuk vanaf de Panamerican highway naar Incapirca, was steiler dan verwacht, maar ik ben allang over mijn trots heen en de 22 voor wordt dus lustig gebruikt en van 6 km per uur rijden lig ik niet meer wakker. Boven was het steenkoud (+/- 11 graden) en bleek de campsite wegens wegwerkzaamheden niet bereikbaar voor de trucks en ging het bushcamp daarom niet door; men had in twee hostals bedden weten te regelen. Dus kamperen we nu in een wel zeer eenvoudige omgeving met bijna geen standaard voorzieningen. En het is koud, ook binnen. Gelukkig zit mijn slaapzak in mijn hotelbagage en lig ik nu dus, lekker warm in mijn donsje, dit epistel te tikken.
Het bezoek aan de grootste Incaruïne van Ecuador, uiteraard een must en waar we nu zo'n 500 meter vandaan bivakkeren, was leuk, maar niet echt indrukwekkend.
Cuenca, vrijdag 13 augustus 2010
Gisteren weer om 8 uur vertrokken uit Incapirca. Had ondanks de kou in het onverwarmde hostal (10 graden) goed geslapen op het vreemde hobbelige bed, omdat ik mijn slaapzak in mijn hoteltas heb en die heb gebruikt. Lekker warm! Rigo en ik startten weer, zoals een gewoonte begint te worden, bijna als laatsten. Het was koud en we moesten uiteraard direct omhoog. Viel wel wat tegen, maar ik liep toch al gauw een aantal voor ons gestarten in. Op papier leek de etappe mee, eerst 600 meter klimmen naar 3500 meter en de rest van de etappe, zo'n 50 km om te zakken naar het op 2200 meter gelegen Cuenca. Laag, denk je dan, maar de meeste cols die wij in Europa rijden komen niet aan die hoogte. Klimmen ging goed, maar het was koud en winderig. Aangezien er aan de Panam gewerkt werd, was er aan onze kant een betonnen rijstrook en aan de tegenliggerskant een lager gelegen asfaltrijstrook. De betonbaan eindigde aan de rechterkant zo'n 30 cm boven de ondergrond en was recht en de wapening stak eruit. Langskomende vrachtauto's en bussen lieten net een meterje ruimte aan de rechterkant en op een goed, Bleef rechtop, maaar je schrikte je mottig! Boven op 3500 meter zo'n half uur op Rigo gewacht. Dat was koud! het werd beloond met een duizelingwekkende afdaling met Rigo en Rob tot aan de lunch. Landschappelijk was het een wat saaie dag, maar dat komt denk ik omdat we inmiddels verwend zijn geraakt aan de meest mooie vergezichten. Rigo en ik vermaakten ons de rest van de weg met het scoren van oude autoś, wat culimineerde in een prachtig gerestaureerde Buick uit 1937, die ons tot stoppen noopte en uiteraard uitgebreid gefotografeerd moest worden. Het vinden van het hotel in Cuenca was weer een avontuur apart. Uiteindelijk bleken we bij navraag bij een snackstalletje zeer dicht bij ons doel te zijn en probeerde de eigenaresse van het stalletje ons nog een aardige poot uit te draaien met haar koopwaar.
's Avonds met de helft van de groep uit eten en daarna met het grootste deel naar een salsadisco, waar ik voor het eerst in jaren weer eens echt salsa en meringue kon dansen, tot verbazing van velen. Kon geen kwaad want de volgende dag was onze eerste rustdag.
Hoi Dolf, mooie verhalen. Echt superavontuur. Geniet van je rustdag in Cuenca. Erik K
BeantwoordenVerwijderenHallo Dolf en Rigo,
BeantwoordenVerwijderenOp de rustdag gaan jullie toch zeker wel een stukje fietsen om in het ritme te blijven.
Geniet er in ieder geval van! Groet, Ria/Wim.