03-09-2010 Huanuco
Wat een watjes, heb al verschillende keren horen mompelen; alweer een rustdag. Het zou wat, ik ben maar wat blij met die rustdag, die dan ook op die manier wordt doorgebracht; rustend. 's Morgens een ontbijtje scoren ergens in de stad, beetje opruimen en op bed rustig mijn blog bijwerken, lunchen, weer een beetje op bed internetten, fiets schoonmaken, uit eten (heerlijk italiaans restaurant), spullen voor volgende dag klaarzetten, tas weer inpakken en slapen.
Ik voel me lichtelijk schuldig dat ik me niet in de plaatselijke cultuur stort (opvoeding verloochend zich nooit), maar ik ben sterk en doe het niet: morgen moet er weer gefietst worden! Overigens is Huanuco geen toeristenstad en is er, voor zover ik dat kan nagaan, ook niet zoveel te beleven. Lopend door de drukke straten kun je zien dat dit een echt regionaal centrum is; de toeleveringsplaats voor de regio. Veel kleine winkels en veel indianen uit de omgeving die hier voorraden komen inkopen. Het is hier warm en het barst er van de gemeen stekende vliegjes die voor heerlijke, langjeukende bulten zorgen. Ik koop uit voorzorg maar een polo met lange mouwen. Het verkeer is een chaos van voornamelijk 3 wielige motortaxis, alles is eenrichtingsverkeer en op alle kruispunten staat één stoplicht, alleen weet je nooit op welke hoek. Qua sfeer ook duidelijk merkbaar meer tropisch, aan de Amazonekant van de Andes.
04-09-2010 Huanuco – Cerro de Pasco
Vandaag trekken we terug de Andes in en wel naar waarschijnlijk de hoogste stad ter wereld, Cerro de Pasco, een mijnstad op bijna 4300 meter. Zware dag met 120 km klimmen om 2600 hoogtemeters te overbruggen! Het vertrek uit Huanuco verloopt, alweer onder politiebegeleiding, voorspoedig en de eerste 35 km lopen lekker, licht omhoog. Dan stuiten we op een roadblock. De weg wordt hersteld en we mogen niet verder. Pas om 12 uur 's middags. Daar sta je dan met je fietsje in de brandende zon. Enorme file vrachtwagens achter je, niets te zien dan een lege weg voor je en onverbiddelijke politie die je de doorgang verspert. Wachten tot 12 uur (het is dan 9.30) is niet een optie, want dan halen we Cerro de Pasco niet voor het donker, althans een behoorlijk deel van de groep niet. Na een uurtje soebatten mogen wij als groep inderdaad door en rijden we langs de asfaltwerkzaamheden. Maar het uur stilstaan heeft dan zijn tol al geeist: dikke benen en nooit meer in je ritme komen. Ik ben ook nog zo stom geweest om te bedenken dat ik mijn DJL broeken nog wel eens kan uitproberen en voel dus onmiddellijk mijn billen weer protesteren. Ik ben nog wel zo slim geweest om een van mijn nieuwe broeken in mijn rugzakje te proppen, dus sta ik al gauw ergens midden op straat van broek e verwisselen, maar het kwaad is dan al geschiedt en ik zit dus weer op de blaren. Met redelijke moeite haal ik de lunch en dan is het nog zeker 50 km klimmen. Ik ben in een eigenwijze bui en ondakns dat het al later begint te worden en met de tocht door het Parque National nog vers in het geheugen, ben ik vastbesloten om deze etappe uit te rijden. Even na de lunch zie ik Gerard me ineens terugkomen. Hij roept me toe dat hij het opgeeft voor vandaag: voelt zich niet lekker en ziet voor ons een zware bui hangen. Die had ik ook al gezien en niet lang daarna voel ik de eerste drupppels. Niet veel verder zie ik bij een soort abri een hele groep van ons schuilen, die me toeroept dat ze stoppen en op de truck staan te wachten. Ik rijd door! Eerst nog een stuk onverhard, waar het heel druk is met vrachtwagens en dan weer verder omhoog. Dan barst de bui echt goed los en ben ik binnen de kortste keren doorweekt! Er valt zelfs een beetje natte sneeuw. Dan houdt het weer op en klaart het langzaam weer op. Nog een kilometer of 40! Ik heb geen idee hoe laat het is, maar het wordt er niet vroeger op. De weg begint nu echt op een bergweg te lijken en ik klim, heel langzaam en zeer gedoseerd (8 km per uur en op 22-26) lus na lus omhoog. Het is nu inmiddels laat in de middag en het verkeer is veel minder druk geworden. Het is inmiddels weer zonnig geworden en ik ben grotendeels weer opgedroogd. Het begint wel kouder te worden. Hoger en hoger klim ik in een steeds mooier en verlatener landschap. Ik heb al een paar uur niemand van ons meer gezien. Tot Rob me inhaalt en vraagt of het nog gaat. k zeg van wel, ondanks dat ik nu wel diep in mijn reserves zit, maar ik wil uitrijden. Volgens hem nog een kilometer of wat tot de splitsing en dan nog anderhalve kilometer tot de top, waarna er nog een paar kilometer de stad in moet worden gedaald. Hij deelt nog mee dat Didier nog met de truck zal terugkomen om de achterblijvers op te pikken en rijdt door. Ik vervolg met tussenpozen mijn weg, indachtig dat ik wil uitrijden. Om elke bocht zie ik de zon nog net in de volgende bocht schijnen en bedenk me dat ik daar dan nog even zal gaan stoppen. Maar inmiddels daalt de zon zo snel dat daar aangekomen er al geen zon meer is. De weg lijkt eindeloos en de splitsing wil maar niet komen. Ik zie de truck terugkomen. Wilbert vraagt of het nog gaat en ik geef aan dat ik nog wil doorrijden. Hij gaat verder naar beneden om degenen achter mij nog op te pikken. Niet veel later haalt hij me weer in. Ik zie dat Rachel er in zit. Wilbert roept me toe dat hij op de splitsing op me wacht. Ik rijdt door en eindelijk bereik ik die splitsing. Ik krijg te horen dat alleen Stephen nog achter me zit en dat die uit wil rijden. Het is inmiddels bijna donker en ik heb me al bedacht dat ik niet de stad in wil rijden in het donker. Ik heb het inmiddels ook koud en kies voor de veilige weg en besluit in te stappen. Die laatste anderhalve kilometer klimmen kan ik nog wel, maar ik doe ze niet. Rachel, die al eerder is ingestapt en ik kruipen dicht tegen elkaar om een beetje warm te blijven, onder het jack van Susana en de sweater van Wilbert. We wachten op Stephen, die besluit door te rijden om zijn 100 % score in stand te houden. Wev rijden met de truck achter hem aan het laatste stukje klim op en de stad in. Voor zover we kunnen zien in het donker, een nog troostelozer oord dan ons al voorspeld was. Ook het hostal waar we verblijven is van die kwaliteit. Het is er ijskoud en vochtig en douche nog wc nog wastafel hebben water. Ik kan me gelukkig nog douchen in een van de andere kamers, maar warm word ik niet echt. Alles aantrekken wat je hebt is het devies. Wat ben ik toch blij dat ik nog een setje termisch ondergoed heb meegenomen. Gauw op zoek naar iets te eten. Kom Gerard tegen, die me, met een grauw gezicht, verteld dat hij al is wezen eten, zich niet goed voelt en naar bed gaat. Ik tref Peter, die ook net is aangekleed en met zijn tweeen wagen wij ons nog buiten en op zoek naar een eetgelegenheid. Veel is het niet en ik krijg de rijst met kip nauwelijks naar binnen. Gelukkig verwarmt het gevoel het toch voor 99 % volbracht te hebben me net voldoende om redelijk tevreden in mijn slaapzak te kruipen (ik vertik het om tussen de enorme stapel klamme dekens te kruipen. Slapen is fragmentarisch met het inmiddels bekende beklemde gevoel op de borst. Uitrusten is er niet echt bij. Hoe moet dat dan aanvoelen op nog grotere hoogte voor die bergbeklimmers?
05-09-2010 Cerro de Pasco – La Oroya
Vandaag gaan we van de mijnstad naar de plaats waar het erts wordt verwerkt. La Oroya heeft drie smelterijen, voor lood, koper en een zink rafinaderij. Een van de meest vervuilde plaatsen ter wereld. We verlaten Cerro de Pasco en hoewel we er niet veel van hebben gezien, heeft de hoogste stad van Zuid Amerika geen positieve indruk op de meeste van ons achtergelaten. Wat een dump. Je zal maar veroordeeld zijn om daar te leven. Helaas krijgen we de imense open mijn niet te zien. We zijn de stad nog niet goed en wel uit of we krijgen een forse regenbui over ons heen. Kletsnat en dus koud koersen we de hoogvlakte op die we vandaag moeten overbruggen. Vrij vlak maar wel rond de 4000 m hoog. Gerard heeft me gevraagd of hij vandaag met mij mee mag rijden. Alsof ik daar wat in te zeggen heb, hij rijdt normaal beter dan ik, maar hij voelt zich nog niet 100% (wie van ons wel, overigens na gisteren en vannacht). Tijdens de bui rijden we zwijgend achter elkaar, allebei hopend dat dit niet de hele dag zal duren, hoewel de hemel in eerste instantie donkergrijs lijkt. We rijden parallel aan een spoorlijn die Lima met Cerro de Pasco en La Oroya verbindt. Dit was de hoogste spoorweg ter wereld tot de opening van de Quinhai-Tibet spoorlijn in China, met als hoogste punt de El Ticlio pas op 4781 m. Gelukkig klaart het weer geleidelijk op. De zon gaat zelfs schijnen, maar het wordt, als gevolg van de hoogte niet echt warm. We rijden gestaag verder en nuttigen ergens in een dorpje onderweg een colaatje. Vanwege het dreigende weer heeft Didier de lunch gesitueerd in een cafe langs de lange vrijwel verlaten weg. We blijven niet al te lang zitten en vervolgen onze rit. Niet veel verder zien we ineens drie lama-achtigen langs de weg. Gezien hun bijna hert-achtig uiterlijk moeten dit wel vicuna's zijn, de meest zeldzame soort. Een groot deel van deze hoogvlakte is dan ook een nationaal reservaat, onder meer voor deze beschermde diersoort. Hier is ook een inmens meer, waar we echter niet veel van te zien krijgen. We klimmen in het begin van de middag nog een beetje en het landschap wordt weer wat bergachtiger, waarna we aan de afdaling naar La Oroya beginnen. Gelukkig gaat dat vrij rap en bereiken we zonder veel problemen ons hostal, dat gelukkig weer een heel stuk comfortabeler is dan ons verblijf in Cerro de Pasco. Het ligt niet ver voorbij de loodsmelter en nu zien we ook voor het eerst dat er echt treinen rijden over de spoorbaan, als er zich een luid toeterend in beweging richting Lima. Ik heb weer de luxe van een eenpersoonskamer, maar slaap alweer niet al te best; ook 3800 meter is nog steeds hoog.
06-09-2010 La Oroya – Huancayo
Na een niet al te beste nacht, voel ik me 's morgens niet al te lekker. Het is overigens leuk om 's morgens als die min of meer slaperige koppen aan het ontbijt te zien. Dat ontbijt wordt verzorgd door de Bike-Dreams crew en zo langzamerhand neemt het percentage nederlandse bestanddelen daarin zienderogen af. De cruesli is inmiddels op en er wordt brommerig gereageerd op de schaarsheid van de pindakaas. Gelukkig is er wel alternatieve muesi gevonden, want ik krijg brood 's morgens maar moeilijk weg. Al met al is er niks mis met dat ontbijt. Elke ochtend krijgen we onze route uitgereikt, compleet met kaartje en hoogtegrafiek. Wilbert die elke ochtend de route en eventuele bijzonderheden bespreekt, wordt altijd enthousiast met een gezamenlijk “goedemorgen Wilbert” begroet. Na het ontbijt brengt iedereen zijn bagage bij de truck en worden de fietsen van stal gehaald. Vandaag is ons een geheel dalende route beloofd, want Huancayo ligt op 3200 m en we volgen de rivier stroomafwaarts. Ook vandaag rijdt ik met Gerard op. De stad uit komen we langs de andere smelters en grote bergen kennelijk mijnafval en dergelijke. De vrij snelstromende rivier zal wel vervuild zijn. Het tempo ligt direct vrij hoog, hoewel we weer bijna 130 km voorgeschoteld krijgen. Ik heb het, als gebruikelijk, het eerste uur moeilijk; kan niet in mijn adem komen en mijn ontbijt wil maar steeds niet zakken, zodat ik er meerdere keren van kan “genieten”. Geleidelijk gaat het beter, zoals altijd. We peddelen gezapig naar beneden en na 2 uurtjes besluiten we een sanitaire stop te maken en onze energierepen op te eten. Als we kort daarop niet ver achter een redelijk doorfietsende Wilbert blijke te zitten en het gat niet groter wordt, krijg ik ineens de geest: ik geef gas en rijdt het Gerard, Wilbert en even later Michiel in mijn wiel, hard door. Wilbert constateert dat ik kennelijk Rigo's rol aan het overnemen ben. Het wordt een kop over kop rit naar de lunch, waarbij we successievelijk alle voorliggende groepen inhalen, met uitzondering van de echte racers. Lekker! Kan ik helaas alleen maar in het vlakke en naar beneden. Gerard en ik besluiten om de laatste 50 km bij Gerrit te blijven, die zoals altijd de gehele ochtend alleen heeft gereden. Aangezien we niet te lang zijn blijven lunchen en de rest wel, rijden we lange tijd met zijn drieen vooruit, later bijgehaald door Michiel. Het laatste stuk gaat door een flink breed geworden dal. We stoppen bij de soeptruck (dit vereist enige uitleg: één van de twee trucks, met onze bagage rijdt rechtstreeks van etappeplaats naar etappeplaats en bereid daar onze aankomst voor met soep en broodjes en wordt daarom door ons als de soeptruck aangeduid. De andere rijdt naar de lunchplaats en bereidt daar onze lunch, veelal in de open lucht en wordt daarom de lunchtruck genoemd) die een klapband heeft gehad. Chauffeur en monteur Ewald is net bezig de laatste hand aan de bandenwissel te leggen en we kunnen nog net zien dat de gehele, 10 ton wegende brandweertruck op een enkel, niet al te grote hydraulische krik leunt: scary!. Inmiddels arriveert ook het merendeel van de rest van de groep en beroven wij het nabij gelegen cafe van haar laatste flesjes cola. We moeten nog zo'n 25 km en zien in de verte, boven Huancayo steeds zwarter wordende luchten samentrekken. Gerrit verzucht dat we wel weer nat zullen worden, waarop ik hem voorhou dat we tot nu toe nog steeds in de zon rijden. Uiteindelijk krijg ik gelijk; we rijden precies tussen twee buien door en worden alleen nog nat van het spatwater van de kletsnatte weg. Huancayo is groot en we moeten natuurlijk zo ongeveer aan de andere kant zijn. Aan het begin van de stad worden we opgevangen door de politie die ons met zwaailichten en sirene door de stad loost. Aangezien we eerst nog een gemeen hellinkje opmoeten, verliezen Gerrit en ik het contact met de groep. Ik kan steeds nog net de laatste blijven zien, maar moet voor en achter me blijven kijken waar we heen gaan, of Gerrit mij nog volgt en ondertussen de horden taxis van mijn lijf houden, die zich aan god nog gebod storen en zonder richting aangeven of in de spiegels kijkend, luid toeterend in en uit het verkeer slingeren en een eenzame fietser niet opmerken. Midden in de stad ben ik de groep echt uit het oog verloren. Opeens, net als we willen gaan vragen naar de weg, worden we opgepikt door een strak in het uniform zittende motoragente die ons keurig de laatste straten naar ons hotel doorlootst. En, zoals al van te voren aangekondigd en al hiervoor aangegeven, een luxe hotel. Ik geniet even later heerlijk van een heerlijke warme douche in een keurige badkamer en betrap me op de gedachte dat ik over een maand weer elke dag onder een luxe warme douche mag stappen. Maar we hebben het ook wel verdiend na de zware laatste dagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten