zaterdag 21 augustus 2010

Loja - Catacocha en Catacocha - Macara

Catacocha, 17-08-2010
De rustdag was ook precies dat: rust! M.a.w. zeer weinig uitgevoerd. Uitslapen (een van de langste nachten in jaren voor mij), ontbijten, koffie drinken, lunchen, weer een beetje slapen (“de tour wordt gewonnen in bed), eten en weer slapen.

Vandaag was andere koek: van Loja naar Catacocha met twee majeure beklimmingen en 2200 hoogtemeters op 95 km. Prachtig weer al bij het vertrek en meteen omhoog de stad uit. Ik had, na een half doorwaakte nacht omdat mijn rug ineens opspleelde, verassend goede benen en bevond me in de eerste klim zowaar op de plaats waar ik mezelf eigenlijk wil zien; in de buurt van de eersten. We reden de oude Panam en al klimmend konden we stad kleiner zien worden, tot we om de berg heen waren en zich nieuwe magnifieke vergezichten ontplooiden. Rigo was, geheel opgeknapt na de rustdag, met de eersten mee, maar reed halverwege de klim lek en ik trof hem zittend in de berm aan, rustig een bandje plakkend. De weg was redelijk slecht met stukken waar het asfalt inmiddels verdwenen was en stukken met veel potholes. Klimmend valt dat wel te doen: je rijdt gewoon om de gaten heen, dalend is dat een ander verhaal. Het vereist opperste concentratie om met een vaartje van 40 km per uur of meer alle gaten te vermijden. We kregen in de afdaling een prachtig uitzicht op het volgende dal, dat vrij breed en groen was en zagen van verre de aansluiting op de nieuwe Panam al, die zich draaiend en kerend het dal instort. Was weer een prachtige afdaling! We moesten naar de overkant van het dal waar het, u raadt het al, weer omhoog ging. Halverwege deze klim was de lunch gepland, maar de vlag en de truck kwamen maar niet in beeld. Eindelijk, gelukkig op een schaduwrijke plaats, want het was inmiddels behoorlijk warm geworden. Ik vertrok weer na een half uurtje met Michiel en Rob en gaf nog steeds het tempo aan. Terwijl het dal acher ons steeds verder wegzakte, kwamen er weer de meest schitterende vergezichten voor in de plaats. Door het prachtige weer, strak blauwe lucht met schapenwolkjes, kon je overal de bergruggen achter elkaar zien liggen. En toen begon mijn rug weer aan te geven dat hij het eigenlijk wel welletjes vond. Ik moest Rob en Michiel laten gaan en toen begon het tot nu toe dagelijkse verschijnsle van bewustzijnsvernauwing: ritme vinden en houden en de witte lijn rechts van de weg volgen tot je weer van de fiets moet van de pijn. Ontspannen, beetje strekken en weer verder langs die witte lijn. Weg vergezichten; overleven en aankomen wordt het motto. Op het eidn van de klim haalt Rigo met in: die was veel langer blijven zitten bij de lunch, maar is weer helemaal hersteld. We rijden samen verder. Komen een auto tegen met de vermelding “Alaska-Argentina”; blijken twee Fransen te zijn die in Achorage een auto hebben gekocht en daarmee onderweg zijn naar Ushuaia. Tijdens het gesprek komt een pick-up van de plaatselijke overheid aanrijden en na wat heen en weer gepraat moeten er foto's worden gemaakt van ons, de fransen en de plaatselijke hotemetoot, waarschijnlijk voor de plaatselijke krant, maar dat kan ik hem niet vragen, omdat mijn bewustzinsvernauwing met kennelijk het spaanse woord voor krant heeft doen vergeten (diario). Verder gaat het weer over de inmiddels kwalitatief slechte Panam. Op en neer. Dan ergens de afslag naar Catacocha, dat gelukkig boven op een berg blijkt te liggen dus dat wordt weer, u raadt het al, klimmen. Inmiddels volledig uitgewoond worstel ik me omhoog en laat me uiteindelijk verleiden via een shortcut door het dorp naar het centrale plein te rijden. Dat betekent en heel steil klimmen (komt 22-28 toch nog van pas), een steile trap met de fiets op de nek beklimmen en daardoor 3 minuten voor Rigo bij het hotel aan te komen. Rigo balen, want die heeft al die tijd op de officiele route op me staan te wachten. Miscommunicatie. Ben blij dat ik er ben. Na de soep stap met fietskleren en al onder de douche, want die zijn geheel wit uitgeslagen van het zweet. Daarna een uurtje plat voor het eten. Another f´´´´´ day in paradise voorbij (vrij naar “Good Morning Vietnam”).

Macara 18-08-2010
En zo zitten we na 9 etappes ineens aan de Peruaanse grens. Het landschap is inmiddels aan veranderd van hele hoge groene bergen naar hele hoge bruine bergen. Het is hier veel droger, warmer en wij zitten nu op 500 meter. En dat is merkbaar, want het zweet loopt me bijna langs de rug, terwijl ik dit zit te tikken.
Vandaag was een beetje makkelijker dag dan gisteren, met minder klimwerk dus hoogtemeters. We rijden de hele dag door het zelfde dal, dat hier en daar een beetje kloofachtig is. 's Morgens gaat me dat goed af, wat ik niet verwachtte toen ik vanmorgen maar met moeite de trap naar de hotelkamer opkwam. Ik was echter zo slim geweest om vandaag wel een pijnstiller in te nemen, dus van mijn rug had ik in ieder geval vanmorgen geen last. Het voordeel van een etappeplaats boven op een heuvel is dat je de volgende dag met een afdaling start. Best een pittige, met veel gaten om te ontwijken. Daarna lekker op en neer door het dal langs de bergwand. Weg is redelijk, maar niet meer van de kwaliteit van eerder. Het is ook niet duidelijk meer of we nog op de Panam zitten. Maar de vergezichten blijven mooi en fietsen gaat lekker, dus “wie dut mie wat” Lunch was aan de rivier geplanned, dus dat was genieten. Daarna was er nog een langere klim te verhapstukken en toen werd die koperen ploert aan de hemel iets minder lekker. Op sommige stukken was geen wind en dan was het bloedverzengend heet. En vrijwel nergens bomen en dus geen schaduw. Rustig aan dus maar, ook al omdat de pijnstillers uitgewerkt raken. Na de klim nog een paar keer op en neer: erg hinderlijk, omdat het je steeds uit je rit me haalt en het gaf me daarom weer mijn dagelijkse “waar ben ik mee bezig momentje”. Toen ik dat tegen Rigo zei en er aan toevoegde dat ik daar 'avonds wel weer anders over zou denken, verslikte hij zich zowat in zijn slok water, van het lachen. Eindelijk bereikten we de beloofde afdaling die ons naar 500 meter omlaag en naar het hotel bracht; uiteraard weer veel te kort. Hotel is basic maar niet slecht. Iedereen gaat banden wisselen, want we hebben morgen een stuk van 25 km onverharde weg. De rest van de route voor de komende dagen is verhard, dus is daar m.i geen aanleiding toe. Wij gaan eten met Gerard en Gerrit, erg lokaal, daartoe gewezen door onze Colombiaanse chauffeur David, waar ik door mijn spaans inmiddels een speciale ban mee opgebouwd heb. Morgen makkelijke dag, geloof ik. Oh ja, gieren gezien en rode en bruine vogeltjes, de zuid-amerikaanse versie van de Boabab boom in bloei gezien en een grote roofvogel (arend-achtig) die vlak boven onze hoofden vloog en een schijnaanval op mijn helm leek uit te voeren.

2 opmerkingen:

  1. Deze reactie is verwijderd door de auteur.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hallo Dolf,

    Ik ben Tamara, de dochter van Gerrit Henderikse (mede deelnemer). Omdat mijn vader niet zo'n schrijver is, volgen we met plezier een aantal blogs, waaronder die van jou. Zo blijven we toch nog een beetje op de hoogte. Erg leuk. We hopen dat je ondanks de rugpijn toch nog kan genieten van deze tocht. Veel succes en groeten aan mijn vader.

    Hartelijke groet,
    Tamara, Cees en Faya

    BeantwoordenVerwijderen