zondag 29 augustus 2010

Bushcamp - Caraz en Caraz - Huaraz





Huaraz, 28-08-2010
Lekker alweer in een hotel met heerlijk warm water in de douche. Maar zoals gebruikelijk; de chronolgische belevenissen:

27-08-2010 bushcamp – Caraz
Inmiddels bijna routine in geval van een bushcamp: Opstaan, tandjes poetsen, tentje opruimen en afbreken, ontbijten en tas inpakken. Daarna weer op weg. Rest van de Canon de Patos. Dus vooralsnog nog meer onverharde weg. Weg was van betere kwaliteit dan gisteren het laatste gedeelte, maar het ging wat harder omhoog. En daarna weer naar beneden; jammer van de gewonnen hoogtemeters. Hier en daar even wat foto's maken; afijn, de dagelijkse sleur van de fietser, zullen we maar zeggen. Tot aan de lunch ging het eigenlijk heel goed. De canon werd hierna veel smaller en de weg vertoonde nu tunnel na onverlichte tunnel. Gelukkig deed Rigo's schijnwerper het uitstekend en mijn achterlicht ook. De voorlamp was wel lekker om jezelf te orienteren in de langere tunnels, de achterlamp voor eventueel achterop komend verkeer. De weg en de met name de tunnels moet je je niet te breed voorstellen, dus erg veel ruimte om langs een vrachtwagen te komen is er niet. In de langste hoorde ik halverwege achteropkomend verkeer en dat is geen onverdeeld genoegen. Ik neem aan dat hij mijn achterlicht gezien heeft, maar je zit zelf wel wat gespannen op je fietsje. Mijn tempo ging ongemerkt aanmerkelijk omhoog, net als mijn hartslag. Gelukkig ook weer overleefd. Gerard en Wilbert en Suzanne maalden rustig door en realiseerde me ineens dat ik eigenlijk nog niks van de canon gezien had noch gefotografeerd had. Dus ben ik dat eerst maar eens gaan doen en daarna wat rustiger (voorzover je rust kan nemen tijdens het rijden over zo'n steenslag- en keienweg. Uiteindelijk kwamen weer op de verharde weg. Ineens voelden mijn benen wel erg leeg aan en er moesten nog de nodige kilometertjes worden afgelegd. Dat werden dus lange kilometers, zeker omdat er ook nog een stuk onverhard klimmen bij was. Maar uiteraard kwamen we er, na nog even aan de politie, die mij aanhield om te vragen hoeveel er nog na mij kwamen, te hebben uitgelegd dat het slangetje van vloeistofreservoir niet voor zuurrstof diende. Lekker gedouched in het hotel en gegeten bij de italiaan (gek dat we daar verwelkomd werden door de juffrouw van het hotel).

28-08-2010 Caraz – Huaraz
Gerritdag voor mij; d.w.z. ik heb lekker de hele dag met Gerrit opgereden. Voelde al snel dat ik nog dikke benen had van gisteren en Gerard ging me net een beetje te hard. Viel ook mooi samen met zijn verjaardag, dus hebben we al fietsend even alle wereldproblemen behandeld (en maar niet opgelost, want wat zou er dan nog te bespreken zijn) en het landschap becommentariseerd. Wat overigens adembenemend was. We rijden nu tussen de Cordillera Negra en de Cordillera Blanco door. De laatste steekt met besneeuwde toppen van boven de 6000 meter de dichterbij liggende bergen (veel ook hoger dan 5000 meter) uit. We pakken nog gezellig een colaatje op een terras na de lunch en komen na wat gezoek redelijk vroeg in het hotel. In verband met de rustdag morgen (een zondag) wil iedereen zijn was gedaan hebben en dat geeft komische situaties bij de dichtstbijzijnde wasserij. We eindigen ermee dat we van 8 man de boel bij elkaar gooien om het nog op tijd (voor 8 uur 's avonds) gedaan te krijgen. Ben benieuwd hoe dat gaat aflopen.

vrijdag 27 augustus 2010

Pacasmayo - Huanchaco en Huanchaco - Chavimochi camp en Chavimochi camp - bushcamp II

Bushcamp 26-08-2010
Inmiddels ons tweede bushcamp achter elkaar. Gelukkig konden we ons vandaag in de rivier wassen, want gisteren was het, gepland, behelpen met een bidon waswater. Dus zit ik hier verfrist mijn dagboekje bij te werken.

23-08-2010 Campasmayo- Huanchaco
Vanochtend dus maar niet meer op de fiets vertrokken. Ik gun mijn billetjes rust tot en met de rustdag morgen. Dus de burgerkleding aan en de fietsspullen in de tas. Het doorbreken van de routine zal later nog desastreuze gevolgen blijken te hebben. Rit is niet spectaculair: de kust van Peru is grotendeels woestijnachtig en dus zien we de weg door een enorme zandvlakte recht voor ons uit liggen. Eindeloos. Niet zo geweldig om te fietsen. We zetten de lunch op vlak voor de als gevaarlijk bekend staande plaats Paijan, onder intensief politietoezicht. Trouwens, hier in Peru worden we zeer intensief door de politie gevolgd/begeleid. Steeds worden de aantallen fietsers gevraagd en genoteerd en om de 10 km staat wel weer een politieauto. Aangezien er in groep wordt gereden is de lunch druk, met iedereen tegelijk ter plekke. Men vertrekt in een snelle en een minder snelle groep. In Paijan zelf is verder niks te zien. Huanchaco blijkt een leuke kustplaats (voorstad van Trujillo) te zijn, maar het is nog winter dus de surfers zijn er nog niet. Leuk hotel met mogelijkheid tot kamperen.

24-08-2010 Huanchaco rustdag
Gisteravond had ik de schrik van mijn leven. Realiseerde me dat ik mijn fietsschoenen nog nergens gezien had. Nadere inspectie van de bagage leverde twee vermiste schoenen op: in Pacasmayo in het hotel laten staan. Vanorgen direct gebeld, maar tot 4 keer toe wordt er gezegd dat ze niet gevonden zijn. Loopt nu dus een Peruaan in Pacasmayo wat ongemakkelijk op een paar Sidi's rond. Ik heb uiteraard gigantisch de pest in, maar gelukkig heeft een mededeelnemer een paar reserveschoenen voor me te leen, die me passen.
Gisteravond zijn twee nieuwe deelnemers gearriveerd, dus vandaag help ik eerst Rigo een van de dozen te verbouwen voor zijn fiets. Als dat bijna klaar is arriveerd de derde nieuwe die een veel lichtere doos blijkt te hebben. Al het werk voor niks, dus weer overgepakt. Kilometertje duckttape er omheen en dan kan het weer verzonden worden. 's Middags zijn we uitgenodigd door Lucho Ramirez van het in heel Zuid Amerika bekende Casa de Cyclistas voor een salsaparty. We gaan er met bijna de gehele groep heen, maar de party blijkt een beetje een teleurstelling. Wel even met Lucho gesproken en van hem 2 nieuwe fietsbroeken kunnen kopen, die me beter lijken dan de De Jong en Laan broeken, die me niet lekker zitten en m.i. de oorzaak zijn van mijn derriere problematiek. 's Avonds met de colectivo (bus) naar huis. Nooit geweten dat er zoveel mensen in een aftandse bus passen.

25-08-2010 Huanchaco-Chawimochi
Lekker makkelijk dagje. Maar wel heel verdrietig, want ik moest afscheid nemen van een maatje. Rigo, nog bedankt voor je steun. Onder politiebegeleiding ging het richting Trujillo en verder. De dikke motoragent, met een helmpje, waarvan ik me afvroeg hoe hij hem op zijn hoofd had gekregen, reed me zo ongeveer van de weg af. Lucho Ramirez van het Casa de Cyclistas uit Trujillo reed tot de lunch met ons mee. Leuk. Na de lunch met Gerard en Jurgen doorgereden. Na een enorm lange rechte asfaltweg, ging het linksaf een grote onverharde weg in. Mijn billetjes protesteerden niet al te hard en zolang ik pijn in mijn derriere heb, houdt mijn rug zich kennelijk rustig. Na een kilometer of twintig door een dor, bruin landschap met steeds hoger wordende bergen, kwam de campplaats in zicht. Mooi vlak stuk met een mooi uitzicht op de hele vallei. Die is onderdeel van een groot overheidsproject van irrigatie en hydroelectriciteit, voor zover ik begrijp. Tentje opzetten in de stevige wind, soep eten, wassen met dat bidonnetje water, anderen helpen met de tent (er zijn deelnemers die voor het eerst kamperen) en eten. Het wordt gauw donker en het werd direkt koud. Gevolg is dat iedereen om 8 uur in zijn tentje ligt. Ik sliep snel in, maar was om 12 uur klaarwakker. Het was ook bijna licht (volle maan) dus ik dacht dat ik er al ongeveer uit moest. Gelukkig weer snel ingeslapen, want de volgende dag was het begin van het onverharde gedeelte van de tocht.

26-08-2010 Chavimochi – bushcamp
Vanmorgen door de wekker gewekt in mijn tentje. Boeltje aan de kant en ontbijten. Moest me een beetje haasten, want ik was gisteren vergeten om nieuwe cleats onder mijn geleende schoenen te zetten. Trouwens nog vergeten te vermelden dat ik drie dagen geleden, als gevolg van de afwijking van de normale routine van de dagelijkse etappe, mij wielerschoenen in het hotel in Pacasmayo heb laten staan. Leiden in last, maar het hotel beweerde desgevraagd bij hoog en bij laag dat ze niet gevonden waren. Gelukkig kon “english” Bob me helpen met zijn reserveschoenen. Maar gisteren kwam ik bij het inslaan van de onverharde weg niet uit mijn pedalen komen en lag ik dus gestrekt in het zand. Dus vandaag dat probleem oplossen met nieuwe schoenplaatjes.
Na het ontbijt dus 80 km onverhard voor de kiezen met zo'n 800 hoogtemeters. Het ging uit het vertrek direkt hard. Beentjes voelden goed en mijn billetjes ook, ondanks dat ik daar vannacht nog een hard hoofd in had. Eerste stuk was niet veel te zien, dus gas geven. Beetje te veel want ik moest later wel wat minderen. Later kwamen we langs de rivier te rijden die we de verdere dag stroomopwaarts zouden volgen. De ontwikkeling van breed dal tot steeds nauwere kloof was mooi om waar te nemen, tussen het geconcentreerd over de hobbelige stenige weg rijden door. Kost best veel kracht, maar gelukkig kon ik het vandaag weer redelijk goed aan. Alle korte klimmetjes staande naar boven, waardoor je groter en dus sneller rijdt. Nevenvoordelen van ontzien van rug en achterwerk, mooi meegenomen. na de lunch werd het landschap nog ruiger en de weg slechter. De eerste onverlichte tunneltjes doken op, maar met Rigo's schijnwerper was dat niet een echt probleem. De mijne staat op de fiets van Susana. Op een goed moment gaat het gehobbel uiteraard vervelen en ga je uitkijken naar het eind van de etappe. Het terrein werd nog slechter en dan kost het wel veel inzet om door te kunnen rijden. Maar vlak voor de kampplaats vonden we nog een lokale kroeg, waar het bier, hoewel niet koud, goed smaakte. Gevolg, als een balletje de tent opgezet, kostte wel twee keer meer tijd dan normaal.

dinsdag 24 augustus 2010

Motupe - Lambayeque en Lambayeque – Pacasmayo

Paijan 23-08-2010
Op de lunchplaats vlak voor de gevaarlijke plaats Paijan zit ik mijn blog bij te werken. Sinds gisteren zit ik niet meer op de fiets maar in de truck. Niet mijn rug, maar mijn billetjes hebben het opgegeven. Beide kanten beetje open, dus zitten op het zadel werd wat moeilijk. Niet luek op zijn zachtst gezegd, maar ik hoop met deze twee dagen en een rustdag dat de zaak weer bruikbaar is. Wat daar aan vooraf ging:

21-08-2010 Motupe - Lambayeque
Korte etappe na een ultra korte nachtrust. 's Morgens je spullen organiseren en de tent opbreken valt zo'n eerste bushcamp nog niet mee. Eenmaal op de fiets kan ik al moeilijk zitten. Billetjes willen niet erg meewerken en ben bang dat de zaak gaat ontsteken. We zijn nu echt in de kustvlakte, dus is het een vlakke etappe. Om de zaak een beetje op te vrolijken bemoeien we ons dus maar eens met de competitie: een van de echte wedstrijdrijders heeft de kracht van Rigo gezien en komt hem, achter mijn rug, vragen om mee te demarreren. Rigo is nmog wel ni9et helemaal warm gedraaid, maar doet mee. Ik hou onze nederlandse wedstrijdrijder Erik voor dat hij zijn belgische concurenten het gat moet laten dichtrijden en als dat gebeurd en hij niet mee is, doe ik het zelf. De groep blijft vervolgens te groot, ondanks dat het nu vrij hard gaat. Het tempo wordt door Rigo en de wedstrijdrijders hoger opgevoerd en als het een tijdje boven de 40 km komt te liggen moet ik er als laatste ook af. Ik kijk om en ik ben alleen komen te zitten. Ik denk dat ze daarvoor wel stil zullen vallen en rijd door. Helaas gebeurd dat niet en rijd ik de volgende dertig kilometer tot de rust alleen. Gaat wel lekker, maar omdat de wind ook steeds harder wordt, zakt mijn tempo geleidelijk steeds verder weg. Gelukkig is de omgeving niet boeiend. Veel verkeer inmiddels en ook veel dorpen met heel veel verkeersdrempels. Niet leuk voor een pijnlijk achterwerk gezeten op een smal zadeltje!
Na de lunch is het nog maar 20 km en rijdt ik die met Rob, onze britse brompot de rest van de etappe uit. We zijn voor 12 uur in het hotel, een leuk Ecoresort. 's Middags gaan we met een hele groep naar het museum van de graftombes van de Rey de Sipan, een vondst van ongelovelijke omvang en rijkdom van een vorstengraf uit de Moche beschaving (0-800 NC) in de omgeving van Lambayeque. Ik ( en velen met mij, vrees ik) wist niks van deze beschaving af, maar het was al een zeer hoogstaande cultuur en vergaand georganiseerd. Een erg belangrijke vondst, omdat het graf geheel compleet was en niet deels leeggeroofd. Mooi, maar zoals altijd wordt ik na een tijdje wel erg moe, niet in het minst van het proberen de spaanse tekten bij alle voorwerpen te begrijpen.
's Nachts heeft Rigo nog een keertje ruzie met een vis die de verkeerde kant op wil zwemmen.

22-08-2010 Lambayeque – Campasmayo
Na 5 km rijden geef ik het op; ik heb nog geen seconde een positie gevonden waarop ik kan blijven zitten. Verstandig zijn anders is de tocht over. Ik weet dat de lunchtruck nog achter ons zit, dus ik stop. Fiets bovenop de truck en instappen maar. Iedereen vraagt me bij de lunch wat er aan de hand is en biedt allerlei advies en hulp. Eerst maar eens genezen. Verder geen echt interessant landschap: enorme zandwoestenij zover het oog reikt, tot aan de zee. Niet leuk en niet makkelijk om te fietsen, lijkt me.
We logeren ś avonds in een leuk hotel aan de Malécon. De Pacific! Lekker ouderwets badplaats sfeertje, met dienovereenkomstige prijzen, overigens.

zaterdag 21 augustus 2010

Loja - Catacocha en Catacocha - Macara

Catacocha, 17-08-2010
De rustdag was ook precies dat: rust! M.a.w. zeer weinig uitgevoerd. Uitslapen (een van de langste nachten in jaren voor mij), ontbijten, koffie drinken, lunchen, weer een beetje slapen (“de tour wordt gewonnen in bed), eten en weer slapen.

Vandaag was andere koek: van Loja naar Catacocha met twee majeure beklimmingen en 2200 hoogtemeters op 95 km. Prachtig weer al bij het vertrek en meteen omhoog de stad uit. Ik had, na een half doorwaakte nacht omdat mijn rug ineens opspleelde, verassend goede benen en bevond me in de eerste klim zowaar op de plaats waar ik mezelf eigenlijk wil zien; in de buurt van de eersten. We reden de oude Panam en al klimmend konden we stad kleiner zien worden, tot we om de berg heen waren en zich nieuwe magnifieke vergezichten ontplooiden. Rigo was, geheel opgeknapt na de rustdag, met de eersten mee, maar reed halverwege de klim lek en ik trof hem zittend in de berm aan, rustig een bandje plakkend. De weg was redelijk slecht met stukken waar het asfalt inmiddels verdwenen was en stukken met veel potholes. Klimmend valt dat wel te doen: je rijdt gewoon om de gaten heen, dalend is dat een ander verhaal. Het vereist opperste concentratie om met een vaartje van 40 km per uur of meer alle gaten te vermijden. We kregen in de afdaling een prachtig uitzicht op het volgende dal, dat vrij breed en groen was en zagen van verre de aansluiting op de nieuwe Panam al, die zich draaiend en kerend het dal instort. Was weer een prachtige afdaling! We moesten naar de overkant van het dal waar het, u raadt het al, weer omhoog ging. Halverwege deze klim was de lunch gepland, maar de vlag en de truck kwamen maar niet in beeld. Eindelijk, gelukkig op een schaduwrijke plaats, want het was inmiddels behoorlijk warm geworden. Ik vertrok weer na een half uurtje met Michiel en Rob en gaf nog steeds het tempo aan. Terwijl het dal acher ons steeds verder wegzakte, kwamen er weer de meest schitterende vergezichten voor in de plaats. Door het prachtige weer, strak blauwe lucht met schapenwolkjes, kon je overal de bergruggen achter elkaar zien liggen. En toen begon mijn rug weer aan te geven dat hij het eigenlijk wel welletjes vond. Ik moest Rob en Michiel laten gaan en toen begon het tot nu toe dagelijkse verschijnsle van bewustzijnsvernauwing: ritme vinden en houden en de witte lijn rechts van de weg volgen tot je weer van de fiets moet van de pijn. Ontspannen, beetje strekken en weer verder langs die witte lijn. Weg vergezichten; overleven en aankomen wordt het motto. Op het eidn van de klim haalt Rigo met in: die was veel langer blijven zitten bij de lunch, maar is weer helemaal hersteld. We rijden samen verder. Komen een auto tegen met de vermelding “Alaska-Argentina”; blijken twee Fransen te zijn die in Achorage een auto hebben gekocht en daarmee onderweg zijn naar Ushuaia. Tijdens het gesprek komt een pick-up van de plaatselijke overheid aanrijden en na wat heen en weer gepraat moeten er foto's worden gemaakt van ons, de fransen en de plaatselijke hotemetoot, waarschijnlijk voor de plaatselijke krant, maar dat kan ik hem niet vragen, omdat mijn bewustzinsvernauwing met kennelijk het spaanse woord voor krant heeft doen vergeten (diario). Verder gaat het weer over de inmiddels kwalitatief slechte Panam. Op en neer. Dan ergens de afslag naar Catacocha, dat gelukkig boven op een berg blijkt te liggen dus dat wordt weer, u raadt het al, klimmen. Inmiddels volledig uitgewoond worstel ik me omhoog en laat me uiteindelijk verleiden via een shortcut door het dorp naar het centrale plein te rijden. Dat betekent en heel steil klimmen (komt 22-28 toch nog van pas), een steile trap met de fiets op de nek beklimmen en daardoor 3 minuten voor Rigo bij het hotel aan te komen. Rigo balen, want die heeft al die tijd op de officiele route op me staan te wachten. Miscommunicatie. Ben blij dat ik er ben. Na de soep stap met fietskleren en al onder de douche, want die zijn geheel wit uitgeslagen van het zweet. Daarna een uurtje plat voor het eten. Another f´´´´´ day in paradise voorbij (vrij naar “Good Morning Vietnam”).

Macara 18-08-2010
En zo zitten we na 9 etappes ineens aan de Peruaanse grens. Het landschap is inmiddels aan veranderd van hele hoge groene bergen naar hele hoge bruine bergen. Het is hier veel droger, warmer en wij zitten nu op 500 meter. En dat is merkbaar, want het zweet loopt me bijna langs de rug, terwijl ik dit zit te tikken.
Vandaag was een beetje makkelijker dag dan gisteren, met minder klimwerk dus hoogtemeters. We rijden de hele dag door het zelfde dal, dat hier en daar een beetje kloofachtig is. 's Morgens gaat me dat goed af, wat ik niet verwachtte toen ik vanmorgen maar met moeite de trap naar de hotelkamer opkwam. Ik was echter zo slim geweest om vandaag wel een pijnstiller in te nemen, dus van mijn rug had ik in ieder geval vanmorgen geen last. Het voordeel van een etappeplaats boven op een heuvel is dat je de volgende dag met een afdaling start. Best een pittige, met veel gaten om te ontwijken. Daarna lekker op en neer door het dal langs de bergwand. Weg is redelijk, maar niet meer van de kwaliteit van eerder. Het is ook niet duidelijk meer of we nog op de Panam zitten. Maar de vergezichten blijven mooi en fietsen gaat lekker, dus “wie dut mie wat” Lunch was aan de rivier geplanned, dus dat was genieten. Daarna was er nog een langere klim te verhapstukken en toen werd die koperen ploert aan de hemel iets minder lekker. Op sommige stukken was geen wind en dan was het bloedverzengend heet. En vrijwel nergens bomen en dus geen schaduw. Rustig aan dus maar, ook al omdat de pijnstillers uitgewerkt raken. Na de klim nog een paar keer op en neer: erg hinderlijk, omdat het je steeds uit je rit me haalt en het gaf me daarom weer mijn dagelijkse “waar ben ik mee bezig momentje”. Toen ik dat tegen Rigo zei en er aan toevoegde dat ik daar 'avonds wel weer anders over zou denken, verslikte hij zich zowat in zijn slok water, van het lachen. Eindelijk bereikten we de beloofde afdaling die ons naar 500 meter omlaag en naar het hotel bracht; uiteraard weer veel te kort. Hotel is basic maar niet slecht. Iedereen gaat banden wisselen, want we hebben morgen een stuk van 25 km onverharde weg. De rest van de route voor de komende dagen is verhard, dus is daar m.i geen aanleiding toe. Wij gaan eten met Gerard en Gerrit, erg lokaal, daartoe gewezen door onze Colombiaanse chauffeur David, waar ik door mijn spaans inmiddels een speciale ban mee opgebouwd heb. Morgen makkelijke dag, geloof ik. Oh ja, gieren gezien en rode en bruine vogeltjes, de zuid-amerikaanse versie van de Boabab boom in bloei gezien en een grote roofvogel (arend-achtig) die vlak boven onze hoofden vloog en een schijnaanval op mijn helm leek uit te voeren.

maandag 16 augustus 2010

Cuenca - Ona en Ona - Loja

14-08-2010 Cuenca – Oňa
Met 1800 hoogtemeters zou dit een van de twee zeer zware klimdagen worden en het begon al goed met motregen bij de start. Eigenlijk waren er maar twee lange klimmen vandaag, maar de eerste was wel van 2200 meter naar 3500 meter. Halverwege de klim, die op zich aardig liep, begon het steeds meer te regenen en reden we in de regenwolken. En koud dat het was! Boven kreeg ik mijn nieuwe, dure regenjack (op het laatste moment nog gekocht) bijna niet meer dicht, zo koud waren mijn handen. En dan nog een afdaling van tich kilometers in die omstandigheden. Om een lang verhaal kort te maken: bij de lunchstop beneden was de situatie een beetje als in een veldhospitaal midden op het slagveld: tot op het bot verkleumde mensen in de regen die niet meer konden ophouden met bibberen. Ik had niet door hoe koud ik wel was tot ik van de fiets geholpen werd. Nog weer warm worden was er niet bij, alles was nat! Pas toen Rigo ook was aangekomen, die was achtergebleven om iemand te helpen met het repareren van een lekke band, en die ook niet meer leek bij te komen, geloofde ik dat ik me niet liep aan te stellen. Hij is altijd ons voorbeeld van onverzettelijkheid en onverwoestbaarheid. Gezamenlijk besloten we, dat als er plaats was, we met de truck verder zouden rijden, zo koud hadden we het. Uiteindelijk bleek dat niet mogelijk en hebben we met de laatste groep overlevenden de etappe in rustig tempo uitgereden. Gelukkig was het weer aan de andere kant van de betreffende berg langzaam opgeknapt. Pas halverwege de lange slotklim had ik weer de indruk dat ik enigzins warm werd. In Oňa sliepen we deze nacht in een vij primitief logement. Gelukkig konden we, met wat behelpen douchen. Rigo voelde zich niet echt lekker en ging al niet mee eten in het beroemde restaurant van vier ongetrouwde zussen van in de 80. Hoewel ook de president van Ecuador daar heeft gegeten, is het niet meer dan de veranda van een oud koloniaal calvalje van een huis in het dorp en wordt de maaltijd daar ook in de open lucht klaargemaakt. Veel was het niet en ook niet bijzonder, maar wel een belevenis. De dames waren overigens heel aardig en voorkomend.
De ziekenboeg was inmiddels vol aan het lopen met patienten met maag- en/of darmklachten, waaronder Rigo. We sliepen met vieren op een kamer en hebben dus niet zo veel geslapen. Gelukkig dat ik mijn donsje in mijn hotelbagage heb, want in de loop van de nacht had ik eindelijk het gevoel dat ik weer volledig ddorgewarmd was.

15-08-2010 Oňa – Loja
De koninginnenrit van het Ecuadoriaanse deel van de Trail: 2 lange beklimmingen van 2300 naar dik oven de 3000 en één naar 2800 meter op een afstand van 110 km. Uit voorzorg deze keer maar een pijnstillertje geslikt om te proberen mijn onderrug in bedwang te houden en wat ontspannener te kunnen rijden. Hielp voor mijn gevoel niet veel, want op de eerste klim moest ik al snel mijn tempo matigen en om de 20 minuten van de fiets. Gelukkig beter weer dan gisteren! Hoewel bewolkt gelukkig geen regen en veel warmer. Sweating like a pig! Al weer geweldige landschappen en vergezichten! Op het laatst houd je maar op met foto's maken, want ze zijn allemaal zo mooi, nog afgezien dat je op een goed moment nauwelijks meer weet waar het ook al weer was. En overigens, klims van 10-12 km op deze hoogte leiden tot een zekere mate van bewustijnsvernauwing, waarbij je lange tijd niets anders ziet dan de witte lijn aan de zijkant van de weg, die je maar steeds omhoog moet blijven volgen. Gemeen in deze bergen is, dat als je denkt dat je boven bent, ze eerst nog een paar keer op en neer gaan met venijnige stukjes klimmen waar je tempo weer terugzakt naar bijna nul, voordat je eindelijk aan de echte afdaling mag beginnen. Sadisten! Die afdaling zijn echter zalig. Prachtige weg, breed en de bochten liggen zodanig dat je vrijwel niet hoeft te remmen. Heerlijk doorzoefen met snelheden van tegen de 60 km per uur en meer. Op dit traject ook niet veel verkeer. Echt een droom, die Panam (althans in dat opzicht).
We kruipen bergop, zoeven de berg weer af en de volgende en de volgende. De eerste met Michiel, Ruud, Geertjan en de tweede vrijwel alleen. In de klim van de derde samen met Peter en later met Wilbert en Susana. De groep valt steeds uit elkaar en ieder houdt zijn eigen tempo. Ik zak steeds verder terug. Niet onlogisch omdat ik vaak stop om mijn rug rust te gunnen. Even weer bedenken dat ik hier voor mijn plezier ben, even goed het prachtige landschap in me opnemen en me realiseren dat ik een deel van mijn droom aan het waarmaken ben. OK, we zijn er weer: volgende stukkie maar. Zo ben je de hele dag bezig. Na iets meer dan 7 uur op de fiets kom ik samen met Wilfred, Susana, Ian en Monica aan bij het hotel. Ik ben niet uitgewoond, maar de soep is welkom, net als het feit dat Rigo, die vandaag niet gefietst heeft, mijn loodzware hotelbagage al naar onze kamer heeft gebracht. Morgen rustdag: ik begrijp nu waarom.

vrijdag 13 augustus 2010

Chunchi-Ingaprica en Ingapirca-Cuenca





Incapirca, 11-08-2010
Heftig dagje vandaag. Chunchi ligt op 2200 meter en Incapirca op 3200, dus per saldo diende 1000 meter overbrugt te worden. En als je dan na elke klim een afdaling krijgt, heb je al gauw het gevoel niet efficiënt bezig te zijn. Maar ja, je hebt het niet voor het kiezen. Opvallend hoe je je gedrag aanpast aan de omstandigheden. In de bergen in Europa zou ik met gemiddeldes van 12,9 km per uur over een afstand van net 80 km, zeer sacherijnig worden, maar hier gaat het echt niet harder (niet vergeten dat je gemiddeld zo'n 1500 meter hoger bezig bent) en dan ben ik nog lang niet de traagste. Ik begin te merken dat ik geacclimatiseerd raak, want vandaag kwam ik voor het eerst niet uitgewoond op de bestmming aan en kon ik weer stukjes staand klimmen zonder direct volledig op apegapen te liggen (voor de leken onder ons: staand klimmen kost meer energie en dus zuurstof, maar je kunt door de werking van de zwaartekracht van je lichaamsgewicht een grotere versnelling rijden en dus harder gaan). Voor mij niet onbelangrijk, want het is minder belastend voor je rug. Gelukkig maar dat ik het op die manier weer een beetje kan gaan afwisselen, want ik stond op het punt om met pijnstillers te gaan werken.
Het landschap was weer indrukwekkend vandaag. En daarnaast zijn de mensen hier dat ook, met name door hun vriendelijkheid. Overal langs de weg, die gelukkig nog steeds niet druk was vandaag, indiaanse vrouwtjes en vooral kinderen die enthousiast reageren op onze “buenas dias¨. Vandaag ook een aantal foto's kunnen maken van kinderen langs de weg. Heel gevaarlijk om dat te zeggen, maar het zijn snoepjes om te zien. Ronde gezichtjes en van die zwarte kraaloogjes. En smerig, althans meestal. Hoewel je geen ondevoede mensen ziet is er nog wel veel armoede en wordt er wel gebedeld, hoewel niet zo erg veel.
Tweede deel van de rit betrok het weer en werd de weg ineens veel slechter. Om dat men er mee bezig is, waren behoorlijke stukken onverhard. Aangezien we dichter bij de grote stad Cuenca komen wordt het verkeer ook weer wat drukker en dat was dus stofhappen geblazen. Er blies ook nog eens een harde, koude wind van de bergen, dus was het veel minder aangenaam dan vanochtend. Ik ging wel steeds beter rijden. Het laatste stuk vanaf de Panamerican highway naar Incapirca, was steiler dan verwacht, maar ik ben allang over mijn trots heen en de 22 voor wordt dus lustig gebruikt en van 6 km per uur rijden lig ik niet meer wakker. Boven was het steenkoud (+/- 11 graden) en bleek de campsite wegens wegwerkzaamheden niet bereikbaar voor de trucks en ging het bushcamp daarom niet door; men had in twee hostals bedden weten te regelen. Dus kamperen we nu in een wel zeer eenvoudige omgeving met bijna geen standaard voorzieningen. En het is koud, ook binnen. Gelukkig zit mijn slaapzak in mijn hotelbagage en lig ik nu dus, lekker warm in mijn donsje, dit epistel te tikken.
Het bezoek aan de grootste Incaruïne van Ecuador, uiteraard een must en waar we nu zo'n 500 meter vandaan bivakkeren, was leuk, maar niet echt indrukwekkend.

Cuenca, vrijdag 13 augustus 2010
Gisteren weer om 8 uur vertrokken uit Incapirca. Had ondanks de kou in het onverwarmde hostal (10 graden) goed geslapen op het vreemde hobbelige bed, omdat ik mijn slaapzak in mijn hoteltas heb en die heb gebruikt. Lekker warm! Rigo en ik startten weer, zoals een gewoonte begint te worden, bijna als laatsten. Het was koud en we moesten uiteraard direct omhoog. Viel wel wat tegen, maar ik liep toch al gauw een aantal voor ons gestarten in. Op papier leek de etappe mee, eerst 600 meter klimmen naar 3500 meter en de rest van de etappe, zo'n 50 km om te zakken naar het op 2200 meter gelegen Cuenca. Laag, denk je dan, maar de meeste cols die wij in Europa rijden komen niet aan die hoogte. Klimmen ging goed, maar het was koud en winderig. Aangezien er aan de Panam gewerkt werd, was er aan onze kant een betonnen rijstrook en aan de tegenliggerskant een lager gelegen asfaltrijstrook. De betonbaan eindigde aan de rechterkant zo'n 30 cm boven de ondergrond en was recht en de wapening stak eruit. Langskomende vrachtauto's en bussen lieten net een meterje ruimte aan de rechterkant en op een goed, Bleef rechtop, maaar je schrikte je mottig! Boven op 3500 meter zo'n half uur op Rigo gewacht. Dat was koud! het werd beloond met een duizelingwekkende afdaling met Rigo en Rob tot aan de lunch. Landschappelijk was het een wat saaie dag, maar dat komt denk ik omdat we inmiddels verwend zijn geraakt aan de meest mooie vergezichten. Rigo en ik vermaakten ons de rest van de weg met het scoren van oude autoś, wat culimineerde in een prachtig gerestaureerde Buick uit 1937, die ons tot stoppen noopte en uiteraard uitgebreid gefotografeerd moest worden. Het vinden van het hotel in Cuenca was weer een avontuur apart. Uiteindelijk bleken we bij navraag bij een snackstalletje zeer dicht bij ons doel te zijn en probeerde de eigenaresse van het stalletje ons nog een aardige poot uit te draaien met haar koopwaar.
's Avonds met de helft van de groep uit eten en daarna met het grootste deel naar een salsadisco, waar ik voor het eerst in jaren weer eens echt salsa en meringue kon dansen, tot verbazing van velen. Kon geen kwaad want de volgende dag was onze eerste rustdag.

dinsdag 10 augustus 2010

Guamote - Chunchi




Chunchi 10-08-2010
Gisteravond voor het eten even door het dorp gelopen. Even langs het niet meer in gebruik zijnde station, dat overigens pas opgeknapt leek. De rails leek mij echter niet in gebruik. We zitten hier hoog op 3000 meter en een beetje, volgens het bord op het station. Iedereen in dit dorp is Indiaans en de meeste lopen in de traditonele kleding met poncho's, omslagdoeken en uiteraard de vrouwen allemaal met het bekende hoedje. Heel veel sprekende kleuren en vooral helder rood. Men gelooft dat dat de slechte geesten afschrikt. Veel kleine winkeltjes en bedrijfjes. Rigo ziet een zadelmakerswerkplaats en ik loop naar binnen. Maak fotoś voor broer Han en praat eventjes met de eigenaar.
Ernaast ontdekken we een naaister, waar Rigo even later zijn korte broek en ik een van mijn koersbroeken laat repareren, binnen een kwartier voor $ 2. Het eten in ons logement wordt klaargemaakr door lokale vrouwen en ik eet dus voor de tweede dag arroz con pollo (rijst met kip). Het centrum wordt gemanaged door een Nederlander. Ik kom er niet goed achter wat of hoe, maar begrijp dat het gebruikt wordt als uitvalbasis voor vrijwilligersprojecten t.b.v. de lokale bevolking.
Hoe zuidelijker we in Ecuador komen hoe mooier het lijkt te worden. Vandaag was het landschap nog mooier dan gisteren. Voor mij een beetje speciale dag, want we komen langs Alausi, waar ik 21 jaar geleden op de trein naar Duran stapte en via de beroemde switch-back en bijna 360 graden loop naar Duran afzakte. De trein, oorspronkelijk van Quito, via Rio Bamba de verbinding met de havenstad Quayaquil en in het eind van de 19e eeuw door amerikanen aangelegd, rijdt niet meer. Met Rigo zijn we de stad zelf ingereden en hebben het station bezocht. Dat was ook het enige wat ik herkende en ik zie mezelf daar nog om 6 uur 's morgens zitten wachten om een kaartje te kunnen bemachtigen. Het station zag er verder nog goed onderhouden uit, maar van een trein geen spoor. Van een paar mannen die er aan het werk waren vernam ik dat men bezig is met de rehabilitatie van het spoor, dat op meerdere plaatsen, zoals al vaker in het verleden, door aardverschuivingen is beschadigd. Men hoopt in december weer te gaan rijden. Vanavond kwamen we bij de bakker een affiche tegen, waarop het project werd aangekondigd t.b.v. de bevordering van het toerisme en de plaatselijke economie.
De dag verliep verder vrijwel perfekt. Opnieuw laat en achteraan gestart en veel gestopt om foto's te maken. Het landschap is zo wijds en overweldigend dat je soms niet meer weet wat je wel en niet moet fotograferen. We klimmen en dalen steeds rond de 3000 meter. De weg is van een fantastische kwaliteit, wat vooral het dalen tot een feest maakt. Maximum snelheid vandaag 83 km/uur! Het is nu aanmerkelijk minder druk dan op het traject tussen Quito en Rio Bamba. Hoewel we door het dorp El Nariz del Diablo ( de neus van de duivel) komen, waar in de buurt die hiervoor genoemde switch-back moet zijn, kan ik in het landschap het spoor niet ontdekken. Op sommige stukken is de wind zo hevig dat je dalend met hard trappen nog niet boven de 25 km per uur uitkomt. In Chunchi blijken we in het hotel een kamer op de 4e verdieping te hebben. Dat doet pijn, al die trappen na een dag klimmen.

Rio Bamba - Quamote


Quamote 09-08-2010
Vandaag lekker korte etappe dus uitslapen tot 7 uur. Korte afstand van 52 km. Lekker rustig gereden en met Rigo vrijwel achteraan gebleven. Prachtig hoogland, steeds tussen de 2500 en 3000 meter. Prima zo. Chimborazo (de berg die het verst van het midden van de aarde afligt, maar slechts 6310 meter boven zeeniveau ligt) was op sommige momenten redelijk goed zichtbaar, maar hield zijn top in de wolken. Enorm genoten. Zitten nu in een vrijwel geheel indiaans dorp in een soort jeugdherberg.

Latacunga - Rio Bamba



Rio Bamba 08-08-2010
Hoe een relatief eenvoudige etappe; volg de Pan American van Latacunga naar Rio Bamba, in een avontuur veranderde. Het begon gewoon. Inpakken, ontbijten en wegwezen. Het eerste stuk heerlijk omlaag doortrappen. Goed voor de beentjes. De eerste klimmetjes gingen ook redelijk, als ik maar goed doseer, kan ik het redelijk aan. Op gegeven moment blijven we in de omgeving van Ambato met vier man bij elkaar. Daar is het opletten geblazen met de afslagen. Wij doen alles goed, behalve de laatste. Pas 25 km verder rijden we om een kleine stad heen en zegt Rigo, na 5 km afdalen, dat hij het gevoel heeft dat we niet goed zitten. Lijkt te kloppen, dus keren we om, die 5 km weer omhoog naar het plaats die niet Ambato blijkt te zijn maar Pelileo. En dan weten dat klimmen vanaf 2500 meter toch anders voelt dan wanneer je op 500 meter begint. Bijna boven worden we ingehaald door een pick-up met daarin onze twee metgezellen die we al een tijdje kwijt waren en die kennelijk dezelfde fout hadden gemaakt. Alleen waren zij slimmer door naar boven te liften. Gezamenlijk het meegekregen kaartje geraadpleegrd en geconcludeerd dat het ook mogelijk moet zijn om via de andere kant naar Rio Bamba te komen. Dus de plaatselijke bakker geplunderd voor proviand en raad gevraagd. De route blijkt begaanbaar voor fietsers, maar niet voor auto's vanwege aardverschuivingen. Aha, avontuur en daar kwamen we voor. Dus wij flitsen opnieuw dezelfde weg naar beneden en nu helemaal. Om daar vervolgens te ontdekken dat we weer een afslag hebben gemist en weer een deel terug naar boven moeten. We vinden de afslag nu wel en beginnen, na raadpleging van de lokale bevolking, vol goede moed aan de onverharde beklimming. Poeh, nu heb ik zelf mijn allerkleinste verzet nodig en dat dacht ik nogwel ongebruikt te kunnen laten. Na 500 m raadplegen we de bestuurder van een langskomende pick-up, die het over 5 aardveschuivngen heeft en dat die alleen lopend te overbruggen zijn, Fiets aan de hand is al niet te doen. Afijn, we keren terug naar de hoofdweg, steken onze hand op, benauwd als we zijn voor nog een keer de klim terug naar Pelileo. De eerste de beste pick-up wil ons wel meenemen naar Pelileo en hup, we gooien de fietsen erin en klimmen achter in de bak. Op naar Pelileo. Als we daar willen afladen, blijkt de goede man naar Rio Bamba te gaan en gauw wordt de al uitgeladen fiets weer ingeladen. In plaats van terug naar Ambato te moeten klimmen en vervolgens van daaruit over 3500 meter heen nog 40 km naar Rio Bamba te moeten fietsen, rijden we nu achterop de pick-up. Die rijdt helemaal binnendoor over kleine maar mooie weggetjes. Comfortabel is het niet, zo met je gat op de metalen laadvloer, hotsebotsend en vooral koud als we in de miezerregen over een 3600 meter hoge bergrug trekken. Wel mooi, vooral het landschap, en een heel avontuur. In Rio Bamba worden we niet ver van ons hotel gedropped en de stijve ledenmaten en lichaamsdelen weer even een heel klein beetje versoepeld tijdens het resterende ritje naar het hotel.

zaterdag 7 augustus 2010

Quito-Latacunga


Latacunga, 07-08-2010
Vandaag de eerste echte etappe. Mijn droom eindelijk, deels, werkelijkheid. Ik rijd op mijn fiets een deel van de Pan American Highway! En, hoe dat voelt? Nou, om heel eerlijk te zijn valt het niet mee. Het uitzicht op Quito is mooi, als we daar eenmaal uitgeklommen zijn. Het landschap is, eenmaal uit de stedelijke aglomeratie, ook mooi: een soort parklandschap in de groenbegroeide bergen. Maar het weer zit niet mee. Grotendeels bewolkt en 'smiddags regent het licht.
De highway zelf is, logisch eigenlijk, een vierbaansweg en sterk verbeterd ten opzichte van mijn herinnering van 20 jaar geleden. Het verkeer is druk en raast de hele dag langs. Op den duur is dat hinderlijk. We klimmen fors, eerst tot zo'n 3200 meter, dan weer omlaag om vervolgens weer heel lang te klimmen tot net over de 4000 meter om vervolgens af te dalen naar Latacunga. 'Smorgens gaat het met mij redelijk goed, maar als we opnieuw bergop gaan, gaat het met mij bergaf. Ik kruk zo goed en zo kwaad de berg op, met Rigo trouw in mijn wiel. Om elke bocht denk je dat het nu wel de top zal zijn, maar het blijft maar gaan. En omdat we heel langzaam gaan, duurt het eeuwig. Door de bewolking zien we vrijwel niks van de vulkanen langs de rourte, zoals de Cotopaxi.
De lange afdaling naar Latacunga, geeft Rigo gas en ik herstel een beetje in zijn wiel.
In Lataunga is het markt en druk. Leuk, we maken er, na het douchen in het best luxe hotel, nog even nog even een ommetje over.

De officiele start


Quito, vrijdag 06-08-2010
We zijn eindelijk officieel gestart! Vandaag met de hele grope vanuit het hotel door de stad naar het monument op de evenaar gereden. Opvallend hoe verdraagzaam men hier in het toch hectische verkeer is. De groep, toch zo'n 30 fietsers, werd overal redelijk gemakkelijk voorrang verleend. Geen obscene gebaren overmatig agressief getoeter. Tempo was laag en tijd genoeg om om je heen te kijken, hoewel er in de stad en de buitenwijken niet zo gek veel te zien is.
Bij het monument, dat volgens de GPS metingen overigens niet precies op de evenaar ligt, kregen we een rondleiding door het museum, dat geweid is aan de diverse bevolkingsgroepen van het land en een paar toespraken van de lokale overheid en toeristen organisatie en mocht de directeur van het museum, door het lekpompen van een binnenband het startschot voor de officiele tocht geven. Aangezien de heenweg vrijwel geheel daalde was het de terugweg klimmen geblazen. Dan valt de groep heleaal uit elkaar vanwege de grote verschillen in klimmerscapaciteiten. Het blijft voorlopig goed merkbaar dat je hier al op bijna 3000 meter zit: de ademhaling gaat niet helemaal vanzelf. Eenmaal weer in de stad valt de enorme vervuiling door het verkeer op, vooral door de enorme roetwolken die de veelal oude bussen en vrachtwagens uitbraken. Wat mij opvalt is dat in vergelijking met 20 jaar geleden, toen ik hier voor het eerst was, de oude amerikaanse, maar zeer lokaal versierde, schoolbussen zijn vervangen door nieuwere van japanse of braziliaanse makelij, saai want onversierd.

tweede dag in Quito

Quito, donderdag 05-08-2010
Na een goede nachtrust vandaag opnieuw op de fiets de stad in op zoek naar postzegels voor Rigo's fietszegelverzameling. Eerst naar het oude centrum, waar het hoofdpostkantoor hoorde te zitten. Toen we dat niet konden vinden , werden we er bij de Tourist Information door een beambte in generaalsuniform (lang leve
zuid-amerika) naar toe gedirigeerd. Maar helaas bleek het inmiddels verhuisd. Een aardige dame verwees ons naar een ander kantoor aan de andere kant van de stad, waar wij ons, met gevaar voor eigen leven en de roetwolken van de autobussen trotserend, spoorslags naar toe spoeden. Weet overigens dat Quito als openbaar vervoer over een trolleybus netwerk beschikt en als Arnhemmer voel je je dan direct thuis.
Ter bestemde plekke aangekomen, wat vrijwel vanzelfsprekend is met Rigo er bij, werden wij van het bekende kastje naar de bekende muur gestuurd om uiteindelijk bij de afdeling Filatelie van het ministerie van communicatie te belanden, waar men slechts over de zegels van 2010 beschikte en daar stonden geen fietsers op. Afijn, toch lekker bezig geweest.
Vanmiddag de eerste brieving gehad en ons handboek en wat dies meer zij ontvangen. Het gaat echt beginnen: morgen op en neer naar het evenaar monument, waar de officiele start zal worden gegeven.
Vanavond, onderweg naar onze avondmaaltijd, stuiten wij, weggestopt in een onduidelijk soort winkelcentrumpje, op een fietsenmakertje alias bikeevents orginasator, waar we een aantal aftandse klassieke racefietsen aantroffen, maar belangrijker, een Ecuatoriaan die net terug was uit Ushuaia, na daar in zeven maanden met vrienden naar toe te zijn gefietst. Hadden onderweg wat meer vertier gezocht dan wij daar de tijd voor hebben. Leuk, zulke ontmoetingen.

woensdag 4 augustus 2010

In Quito

Gezeten op mijn hotelbed werk ik mijn blog maar eens even bij. Gelukkig bleek het effect van de vertraging op de vlucht naar Madrid mee te vallen: de aansluiting op de vlucht naar Quito was nog makkelijk te halen. Madrid airport is wel heel groot, dus je loopt wel een half uurtje, nog afgezien van het gebruik van een speciale ondergrondse trein om van de ene teminal naar de tweede te komen. Uiteraard weer de nodige controles, maar verder neemt iedereen vrolijk zijn flesje water mee het vliegtuig in zonder dat iemand daar wat van zegt. Hoezo 0-tolerance en vliegen is zo veilig?
Vlucht verder rustig en ik heb het grootste deel slapend doorgebracht.
De luchthaven van Quito was drastisch veranderd sinds 20 jaar geleden, maar dat ben ik ook, als ik dat 'smorgens in de spiegel bekijk. Bagage was er wonder boven wonder snel en ook de fietsdoos verscheen zonder problemen en zo te zien ongeschonden. Alweer: zorgen voor niks. Immigracion geen probleem en shuttle naar hotel was snel gevonden en gelukkig kon medefietser Dirk, die ook in het vliegtuig bleek te zitten direct mee.
Hotel valt niet al te sterk tegen, al is de ranking op de normale schalen niet hoog. Uurtje slapen en daarna met vriend Rigo, die een dag eerder gearriveerd was, fiets in elkaar gezet. Blijk alleen shampoo en mijn voorlamp vergeten te zijn, dus dat valt nog mee. Lang leve alle lijstjes.
Probeer zoveel mogelijk hoogteziekte te vermijden, hoewel je wel merkt dat je op bijna 3000 meter zit. Veel drinken dus (+/- 4 ltr per dag) en rustig aan zo'n eerste dag.

Op weg

Zit op Schiphol te wachten om naar Madrid te vertrekken. Tot hier toe is alles redelijk goed verlopen. Inpakken van de fiets was wel een beetje een puzzel en het was spannend of hij zonder meer voor vervoer geaccepteerd zou worden, maar dat liep erg goed, met een vriendelijke meneer bij de Iberia balie. Minder leuk vond ik de marechausee die me bars toesprak dat ik mijn bagage niet alleen mocht laten, toen ik er op nog geen 5 meter vandaan op een stoel was neergestreken. Wat een wereld. Mijn vlucht begint al met 45 minuten vertraging zodat ik me alvast druk kan gaan maken over mijn connectie. Een half uurtje meer en ik mis mijn vlucht naar Quito. Een mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest.